The Chung Collection

Chung Logo

The Chung Collection

Hoe een landbouwer gelukken kan in Canada Canadian Pacific Railway Company 1914

Item Metadata

Download

Media
chungtext-1.0356824.pdf
Metadata
JSON: chungtext-1.0356824.json
JSON-LD: chungtext-1.0356824-ld.json
RDF/XML (Pretty): chungtext-1.0356824-rdf.xml
RDF/JSON: chungtext-1.0356824-rdf.json
Turtle: chungtext-1.0356824-turtle.txt
N-Triples: chungtext-1.0356824-rdf-ntriples.txt
Original Record: chungtext-1.0356824-source.json
Full Text
chungtext-1.0356824-fulltext.txt
Citation
chungtext-1.0356824.ris

Full Text

 Hoe een
LANDBOUWER
gelukken kan in
Canada
Eene handleiding vol inlichtingen
betreffende
GANSCH   INGERICHTE  HOEVEN
LEENINGEN  VOOR   KOLONiSTEN
AANGEBODEN  DOOR  DE
Canadian Pacific Railway
LAND-AFDDEELING :
77, Noordlaan, 77, BRUSSEL
1914 BELANGRIJK BERICHT
Als gevolg van de omstandigheden veroor-
zaakt door den oorlog, zijn de volgende veran-
deringen gebracht aan de termen van verkoop en
kolonisatie der landen van de Canadian Pacific
Railway.
Leeningen aan landbouwers. — Voor
hetgeen de leeningen aan landbouwers aangaat
(bladz. 5-6-7), is dit tegenwoordig maar alleen
toegepast aan de landen van zekere districten
namelijk den blok der besproeide landen.
Het vOorschot voor het koopen van vee is
tegenwoordig niet meer toegestaan.
Gansch ingerichte hoeven (bladz. 7-8-9;.
Sedert 1914 heeft men zulke hoeven niet meer
opgerichteri tegenwoordig zijn er geene beschik-
baar. Dit mag insgelijks toegepast worden voor
de Morrison Colony (bladz. 9-10-1 J).
Daar het leven in 't algemeen veel kostelijker
geworden is, is het noodig dat men bij de
aankomst in Canada ten minste eene som van
3,000 dollars bezit hetgeen nu (September 1919)
overeenkomt met 24,000 franken omtrent. Er
moet ook opgemerkt worden dat de kosten der
reis veel hooger zijn dan in 1914.
Aangezien de formaliteiten geeischt voor het
binnenkomen in Canada en het te kort aan
plaatsen op de booten, kan het vertrek soms
maar plaats grijpen na eenen langen tijd.
Canadeesche munt (bladz. 18). — In het
tegenwoordig drukwerk wordt de waarde van
den dollar als 5 franken aangeduid. Het is op te
merken dat volgens de tegenwoordige (September 1919) wisselkoers den dollar meer dan
8 franken waarde heeft.
De zaaitijd en de oogst. — De cijfers aangeduid op bladzijde 23 mogen niet meer als basis
beschouwd worden. Aangezien de verhooging
der kosten van handwerk, machienen, paar-
den, enz., zijn de kosten voor het bebouwenvan
het land natuurlijk veel hooger. Van den anderen
kant wordt het graan nu verkocht aan prijzen
die driemaal hooger zijn dan in 1914, hetgeen
uitlegt de buitengewone welvarendheid der
canadeesche landbouwers. De hierboven conditie
mag ook toegepast worden voor de prijzen per
stuk in West-Canada (bladz. 41 en 42) en voor
het « Vee » (bladz. 43). De gansch ingerichte hoeven in de Kolonie van Morrison, Bristisch Columbie (Zie bladzijde 9)
De groote prairie provincien
in West-Canada
Bijna alle^pachters in Belgie verlangen eigenaars te worden van
hunne pachthoeve.
Gij hebt eene uitmuntende hoeve in pacht, de woning is geriefelijk
ingericht, uw eigenaar is een vriendelijk man, en desniettegenstaande
zoudt ge waarschijnlijk meer tevreden zijn, indien ge eigenaar waart
van uw land. Zijn eigen meester zijn, alle nut trekken uit de verbe-
tering aan de hoeve toegebracht, de gansche opbrengst van zijnen
oogst,  van de hoenders, koeien,  schapen en varkens voor zich
kunnen houden, in 't kort meester zijn in zijn eigen huis, dat maakt
den mensch wezenlijk gelukkig.
In Belgie is het voor velen onmogelijk de noodige hulpmiddelen te
vinden om eene hoeve te koopen en in te richten. Er valt daar niet aan
te denken in een land waar de grond, de pacht en de meststoffen zoo
duur zijn^waar de aankoop en het onderhoud van het vee zooveel
kost, en de belastingen zoo hoog zijn. Meestal willen de eigenaars
hunne landerijen niet verkoopen ; zij willen ze slechts verhuren en
dan nog niet altijd iVoor datgene waarvoor gij ze wilt gebruiken.
Daarbij behouden zij zich zekere rechten voor, zooals het jacht-
recht, enz. In vele kantons kan men er zelfs niet toe komen de minste
hofstede te huren. Zulks spruit hier uit voort dat ons land een oud
land is, met eene zoo dichte bevolking, dat er geene plaats genoeg is
voor iedereen. Al deze hinderpalen zullen u met reden onoverwindbaar schijnen,
zoo lang het bij u zal vaststaan dat Belgie het eenige land is waar
een Belgisch landbouwer kan gelukken.
Canada staat voor u open. Dit land is driehonderd maal uitge-
strekter dan Belgie, en bezit zooveel goede gronden dat duizenden
landbouwersfamilien er zonder moeite eene uitmuntende vestiging
kunnen vinden. De grond is er zoo goedkoop dat men hem kan
bekomen voor den prijs dien men hier voor drie jaar pacht moet
betalen.
Vele lieden durven het niet wagen naar Canada te gaan, omdat zij
vreezen afgezonderd te zijn op die groote prairien (grasvlakten),
verre van alle nabuurschap. Zij weten niet hoe gemakkelijk men zich
naar dit land kan begeven. Dank aan de prachtige stoomschepen en
aan de zoo geriefelijk ingerichte treinen der Canadian Pacific Railway, dank aan de gemakkelijkheden, die de goed gevormde groe-
peering der kolonisten biedt, is de reis van Belgie* naar Canada niet
ingewikkelder dan eene verhuizing uit Vlaanderen naar de provincie
Luxembourg.
Dit boekje heeft voor doel u te bewijzen hoe een Belgisch landbouwer en iedereen, die landbouwer wenscht te zijn, eigenaar kan
worden eener hoeve in West-Canada, langs de spoorweglijnen der
Canadian Pacific Railway. Deze spoorwegmaatschappij bezit 2 mil-
lioen 800,000 hectaren — de oppervlakte van Belgie — uitstekende
gronden, die op kolonisten wachten. Deze maatschappij verlangt
naar het grootst mogelijke getal goede landbouwers langs hare
spoorweglijnen; zij verlangt dat deze landbouwers de gronden, die
ze bebouwen in eigendom bezitten, dat zij in elkanders nabijheid
wonen, dat er steden en dorpen, scholen en kerken zijn gelijk in
Europa.
Om zooveel mogelijk de vestiging der Belgische landbouwers
langs de spoorweglijnen te vergemakkelijken, heeft de Canadian
Pacific Railway het volgende in voege gebracht :
A. DE LEENINGEN AAN DE LANDBOUWERS;
B. DE GANSCH INGERICHTE HOEVEN.
Zij heeft ook een plan gemaakt, volgens hetwelk de betalingen over
twintig jaar verdeeld worden. Op die wijze kan men, met een zeer
klein kapitaal, eene hoeve stichten van 24 hectaren, goed voorzien
van gebouwen en vee.
Leeningen aan de Landbouwers
Om de nopens deze leeningen genomen maatregelen wel te doen
begrijpen, zullen wij de volgende punten ontwikkelen :
Model van gebouwen op de gansch ingerichte hoeven opgericht
4 5 1. De prijs van den grond. Deze verandert volgens de verschil-
lende districten, en hangt af van den afstand van eene stad of van een
spoorwegstation. Hij verandert ook volgens de qualiteit van den
grond zelf. In de bevloeide districten van Zuid-Alberta, waar over-
vloedige oogsten van « luzerne » (eene klaversoort) de melkproductie
zeer winstgevend maken, kost de grond tot 750 frank per hectare. De
gemiddelde prijs der andere gronden verschilt van 162.50 tot 375 frank
per hectare. De prijzen der gronden van de Canadian Pacific zijn, om
het even in welk district, de gewone prijzen van dit district. Om den
kolonist in staat te stellen zijnen grond met een klein kapitaal te
bebouwen, heeft de Canadian Pacific Railway hooger gemelde com-
binatie aangenomen van terugbetalingen verdeeld over een termijn
van twintig jaar tegen 6 t. h. interest.
2. Wat de bouwwerken, schuren en het in cultuur stellen van
het land kosten. Niemand houdt er aan onder den blooten hemel
te leven. Eene woonplaats en eene schuilplaats voor het vee zijn
onontbeerlijk. De gemiddelde prijs der hoevegebouwen, welke voor
een Belgischen kolonist passen, is van omstreeks 7,500 frank, zelfs
wanneer die gebouwen op zeer eenvoudige wijze aangelegd zijn. Om
de taak van den kolonist te vergemakkelijken, leent de Canadian
Pacific Railway aan elken ernstigen kolonist de gelijke waarde eener
som van 10,000 frank onder den vorm van gebouwen, omheinin-
gen, enz., beploeging en bereiding van den grond ten opzichte van
den oogst. Deze leening is terugbetaalbaar door annuiteiten verdeeld
over twintig jaar mits interesten tegen 6 t. h. De gebouwen der hoeve
worden opgetrokken onder toezicht van een bijzonder departement
der Canadian Pacific, hetwelk, ten gevolge van de gemakkelijkheid
om de materialen aan te brengen en met de aannemers te onderhan-
delen, in staat is spoediger en beterkoop te bouwen dan de pas aan-
gekomen kolonist. De Canadian Pacific bezit een groot getal plannen
van huizen, die aan de noodwendigheden van het land beantwoorden;
de kolonist kiest zelf het soort van huis dat hem past. Zooveel moge-
lijk zal de Canadian Pacific Railway den kolonist zelf gebruiken en
hem het gebruikelijke loon betalen voor de hulp welke hij zal ver-
leenen aan het uitvoeren, op zijnen eigen grond, van de werken
voorzien in de leening van 10,000 frank ; op die wijze zal hij zien dat
hij wel de waarde van zijn geld heeft. Die leening wordt slechts toe-
gestaan aan gehuwde kolonisten die het landbouwbedrijf reeds uit-
geoefend hebben. De niet gehuwde kolonisten, die zich met hunne
moeder of eene zuster vestigen, zullen dezelfde voordeelen genieten.
3. Wat het vee eener hoeve kost. Om eene hoeve van 64 hectaren
van het noodige vee te voorzien, zou de kolonist eene som van
5,000 frank moeten uitgeven. De kolonisten die verstand van het ver-
zorgen van dieren hebben en min of meer op de hoogte der plaatse-
lijke condition zijn, zullen van de Canadian Pacific een voorschot
van vee kunnen bekomen. Dit voorschot zal slechts verleend worden
nadat de Canadian Pacific door een onderzoek zal vastgesteld hebben
dat de kolonist in staat is het vee behoorlijk onder dak te brengen en
een genoegzamen vooiraad voeder bezit. Het voorschot zal bestaan in
6
een zeker aantal dieren, zooals koeien, varkens of schapen, zorgvuldig
door kenners uitgekozen. De waarde van dit voorschot zal in geen
geval 5,000 frank mogen overtreffen, en een bewijs dragende interest
tot 8 t. h., zal den kolonist als waarborg moeten overhandigd worden.
Door aan de landbouwers op die wijze leeningen toe te staan, stelt
de Canadian Pacific Railway u in de gelegenheid met goed gevolg in
West-Canada 64 hectaren land te bekomen met een kapitaal van tien
duizend frank of meer en met het vooruitzicht eigenaar uwer hoeve te
worden binnen een tijdverloop van ten hoogste twintig jaar. Daar dit
ontwerp voor doel heeft eene zoo dicht mogelijk bevolkte neder-
zetting tot stand te brengen, zult gij naaste geburen hebben, en bijge-
volg scholen, kerken en markten in de nabijheid uwer hoeve. Daar
de gronden der Canadian Pacific dicht bij de spoorweglijnen liggen,
zult gij alle gemak hebben om uwe producten te verkoopen. De ver-
voertarieven voor de landbouwproducten zijn fatsoenlijk, en in het
belang van den landbouwer worden ze gedurig verminderd naarmate
het verkeer toeneemt. De tarieven zijn onderworpen aan het toezicht
eener bijzondere commissie der Canadeesche regeering : de Com-
missie der spoorwegen.
Volgens de voorwaarden van het stelsel der leeningen aan de landbouwers wordt het huis van den kolonist slechts gebouwd na zijne
aankomst op de plaats en nadat hij zijn land gekozen heeft.
Er dient wel verstaan te worden dat in al de contract en betrekkelijk
het optrekken der gebouwen en het in waarde stellen der hoeve onder
de combinatie van leeningen aan de landbouwers, of betrekkelijk alle
bijzonder werk door den kolonist gevraagd, de Maatschappij slechts
handelt in de hoedanigheid van agent voor den kolonist en geene
verantwoordelijkheid op zich neemt als ondernemer.
Om in het geval te voorzien van den Belgischen kolonist die met
zijne familie komt, en bij zijne aankomst een opgebouwd en in orde
zijnde huis wenscht te vinden, heeft de Canadian Pacific Railway
bijzondere nederzettingen voorbereid met
GANSCH INGERICHTE HOEVEN
Deze hoeven zijn uitsluitend voorbehouden aan gehuwde of van
hunne moeder of zuster vergezelde mannen, die het landbouwbedrijf
reeds uitgeoefend hebben. De kolonien zijn gevestigd op landen
welke gunstig zijn voor het gemengde bedrijf (het aankweeken van
dieren en den graanbouw), iets waaraan de Belgische landbouwer
gewoon is. Zij hebben eene uitgestrektheid van 64 tot 128 hectaren en
van iedere hoeve zijn 20 tot 40 hectaren beploegd en geegd geworden
in den loop van den zomer voor de aankomst van den kolonist. Er zijn
besproeibare en nietbesproeibare hoeven. Deze hoeven zijn met eene
omheining afgesloten, putten zijn er geboord; geriefelijke huizen met
vier plaatsen, alsook goede stallingen voor paarden en vee worden
opgetrokken voor de aankomst van den kolonist. De beploegde
gronden zijn gewoonlijk in het begin der lente bezaaid geworden met
haver, tarwe, gerst en aardappelen, zoodat de kolonist, wanneer hij aangekomen is, geenen tijd verliest. en eene hoeve vindt die gansch
in orde is. De gebouwen en de werken dezer hoeven kosten omtrent
13,750 frank en meer. De juiste prijs der werken (waarvan eene uit-
voerige lijst wordt gegeven) welke op iedere hoeve verricht worden,
wordt met eene som van 5 t. h. verhoogd om de kosten van toezicht te
dekken. Deze som wordt gevoegd bij den prijs van den grond.
Sedert 1913 is de geheele koopprijs eener gansch ingerichte hoeve in
twintig jaar betaalbaar tegen eenen interest van 6 t. h. Evenals bij het
stelsel der leeningen aan de landbouwers zal er, op dezelfde voor-
waarden, aan de kolonisten der gansch ingerichte hoeven, eene som
van 5,000 frank, onder den vorm van vee, voorschoten worden. Voor
deze combinatie, gelijk voor die der leeningen aan de landbouwers,
moet men bij de aankomst in Canada, over een kapitaal van Hen
duizend frank beschikken; de vervoer- en reiskosten zijn daarin
niet begrepen.
Men moet wel begrijpen dat, in de beide hierboven verklaarde
combinaties, de Canadian Pacific Railway geene gronden, door tus-
schenkomst harer agenten in Belgie, aan kolonisten verkoopt die ze
niet persoonlijk bezichtigd hebben. De Canadian Pacific Railway verkoopt hare gronden slechts aan kolonisten, die ze persoonlijk
bezocht hebben, er zich voldaan hebben over verklaard en de ver-
bintenis aangaan ze in cultuur te stellen. Men verlangt van u niet dat
ge « eene kat in den zak koopt ». Eene volledige beschrijving van
ieder der gansch ingerichte hoeven is ter beschikking van hen die
deze combinatie verkiezen, en eene hoeve blijft hun voorbehouden
tot dat zij ze bezichtigd hebben. Men vraagt aan niemand te koopen
terwijl hij zich nog in Belgie bevindt. Al wat- men u vraagt is eene
kleine som op afkorting in bewaring te geven tot bewijs van uwe
goede trouw; deze som wordt u teruggegeven indien gij, na de hoeve
bezocht te hebben, tot besluit komt ze niet te nemen. De vurigste
wensch der Canadian Pacific Railway is, langs hare spoorlijnen kolonisten te hebben die tevreden zijn; zij verlangt niet land te verkoo-
pen aan iemand die zulks niet wenscht en die niet gelooft dat hij zal
kunnen welvaren met het bebouwen. Wij verlangen van u de vaste
overtuiging dat de hoeve, die gij kiest, u in alle opzichten voldoet.
« Dat alles is goed en wel voor den landbouwer », zult gij zeggen.
« maar hoe vindt dan de Spoorwegmaatschappij haar belang er bij ?
Waarom handelt alzoo de Canadian Pacific? » Het antwoord luidt
dat het in 't belang van de Maatschappij is langs hare lijnen goede
landbouwers te hebben met veel vee en geriefelijke huizen, die dicht
bij elkander liggen. De Canadian Pacific Railway kent de vruchtbaar-
heid der gronden langs hare lijnen, en weet dat zij in den grond zelf
een volkomen waarborg bezit voor hare leeningen aan de landbouwers. De ondervinding heeft haar geleerd dat de meest winstgevende
afdeelingen harer spoorwegen diegene zijn, welke door sterk gekolo-
niseerde distrikten gaan. Daarom besteedt zij met genoegen een aan-
zienlijk kapitaal (450 millioen frank) aan leeningen aan landbouwers
en gansch ingerichte hoeven, ten einde de landen welke haar in West-
Canada nog overblijven, zoo dicht mogelijk te koloniseeren, want
8
zij weet dat het alzoo geplaatste geld wijselijk geplaatst is. Het is
eene goede zaak, niet alleen voor den spoorweg, maar ook voor u.
De Canadian Pacific Railway heeft zich geene moeite ontzien om
de reis naar uw nieuw verblijf in West-Canada, te vergemakkelijken.
Zij heeft zeer belangrijke schikkingen genomen voor uwe reis en die
uwer familie, voor het vervoer uwer meubelen en kleedingstukken,
zoodanig dat alles zeer goed en met het grootste gemak geschiedt, en
tegen gematigde prijzen voor het vervoer per schip en per spoorbaan.
Dit is vooral waar voor de groepen kolonisten die Europa op
bepaalde datums verlaten met de stoomschepen der Canadian Pacific
of andere. Afzonderlijke kajuiten zijn voor deze groepen besproken
geworden; afzonderlijke rijtuigen op de sneltreinen en somtijds
bijzondere treinen zullen ter beschikking der kolonisten zijn. Gansch
bijzondere maatregelen zijn er genomen geworden voor het vervoer
van het reisgoed der kolonisten. Deze groepen zijn onder de begelei-
ding van ervaren leidsmannen geplaatst, wier diensten gansch koste-
loos zijn. Bij hunne aankomst in de middenpunten welke zij gekozen
hebben, worden zij kosteloosper rijtuig naar de onbezette landerijen
gevoerd om deze te bezichtigen. Wanneer het land gekocht is,
houdt het belang, dat de Canadian Pacific Railway in den kolonist
stelt, nog niet op. Op verschillende punten der groote prairie-provin-
cien in West-Canada, heeft de Maatschappij vijf-en-twintig modelhoe-
Wen ingericht; door middel van voordrachten, proefnemingen en
practische raadgevingen helpen de landbouwkundigen der Maatschappij den nieuw aangekomene om hem den aard van den landbouw
in de streek te doen begrijpen.
Gansch ingerichte hoeven der Canadian Pacific
gelegen op het lot 8110 en bekend onder den
naam van Morrison Colony. Kootenay val-
lei (Britisch Columbie).
De Canadian Pacific Railway heeft twaalf hoeven gesticht op het
hierboven vermelde lot. De oppervlakte dezer hoeven verschilt van
11 1/2 tot 27 acres (4.60 tot 10.80 hectaren). Al het land is ontgonnen
en beploegd en iedere hoeve is omringd van eene omheining bestaande
uit vijf ijzerdraden; de noodige poorten en deuren zijn er aan toege-
bracht.
Een huis met drie plaatsen benevens een stal voor zeven stuks vee
zijn op iedere hoeve gebouwd.
De kolonie is gelegen in de « Columbia Kootenay Valley » en paalt
ten noorden aan de rivier Kootenay, ten zuiden aan de spoorweglijn
der Canadian Pacific gekend onder den naam van Crow's Nest Branch.
De kolonie is zoodanig ingericht dat ieder kolonist een deel hoogland
heeft voor net winnen van appelen en kleine vruchten; het overige
9 van het land paalt aan de rivier Kootenay, en is gechikt voor het
gemengd bedrijf of voor de groententeelt.
De plaats waar zich de kolonie bevindt, beantwoordt ten voile aan
het doel dat men beoogde, en men mag zeggen dat hare ligging uiterst
goed is. In het distrikt zelf zijn er markten voor al de producten, en
het vervoer per spoorweg of langs de gewone baan is er zeer gemak-
kelijk. Voegen wij daarbij dat men eenen weg heeft aangelegd die zich
bij de groote baan aansluit, welke British Columbie doortrekt en naar
de Prairien provincien leidt; op iedere hoeve heeft men in de helling
van den heuvel trappen aangebracht om den toegang tot den weg en
het vervoer der producten te vergemakkelijken.
In het district bevinden zich de volgende steden :
Granbrook, op 17 mijlen (27 kilometers) ten westen op de hierboven
vermelde spoorweglijn, is het handels centrum van het district. Hare
uitbreiding is verzekerd door verschillende nijverheden. zooals die
van het hout, welke reeds vijf en twintig zagerijen telt. Ten gevolge
van den groote rijkdom der wouden zal deze nijverheid nog gedu-
rende een groot getal jaren toenemen.
In de stad treft men twee goede dagbladen aan, drukkerijen, verschillende goed voorziene magazijnen, steenbakkerijen, stoomblee-
kerijen en gieterijen. De stad bezit eene uitmuntende electrische
inrichting en is in staat de electriciteit voor de beweegkracht te leve-
ren. Zij heeft eene goede waterleiding, en men is bezig met er een n^t
van riolen aan te leggen. De telephoon verbindt al de centrums van
het district, en stelt de bewoners, tegen een geringen prijs, in betrek
king langs den eenen kant met het westen der Vereenigde-Staten,
en langs den anderen met de Prairie provincien.
Granbrook is de zetel van eene afdeeling der Canadian Pacific.
Fort Steele, op den spoorweg van de Kootenay-Central, bevindt
zich ongeveer 12 mijlen (19 kilometers) ten noord-oosten der kolonie;
het is eene mijnstad welker zaken steeds meer en meer uitbreiding
nemen; haar voorspoed is verzekerd door de mijnen en de steeds
toenemende kolonisatie in den omtrek.
Wardner op ongeveer 5 mijlen (8 kilometers) ten oosten van de
kolonie gelegen, is het centrum van een uitgebreide boschnijverheid.
Ten oosten en ten westen van de Colonie treft men nog verschillende plaatsen aan alle centrums van mijn- of boschnijverheid.
Omtrent recht over de Colonie, op den overkant der rivier, ligt de
nieuwe stad Bull River, waar de Canadian Pacific Railway eene
groote zagerij heeft opgericht tot het vervaardigen van dwarsbalken
en ander timmerwerk voor het aanleggen van spoorwegen. De Maatschappij bezit in den omtrek uitgestrekte wouden. Bull River bevindt
zich op de Kootenay Central Railway, den nieuwen spoorweg dien de
Canadian Pacific Railway nu aanlegt. Deze spoorweg zal naar Golden
leiden op de groote lijn te Juckerson, welke 8 mijlen (12 kilometers)
ten zuiden van Bull River ligt, en zal bijgevolg de gansche vallei der
Columbia Kootenay doortrekken. De nieuwe lijn zal waarschijnlijk
binnen een jaar voltrokken zijn, en zal veel bijdragen tot de ontwik-
10
keling der vallei en der nijverheid, want een aantal mijnen worden
slechts gedeeltelijk uitgebaat bij gebrek aan vervoermiddelen.
Mayook is de naastbijgelegen statie ; zij ligt op een afstand van
slechts 1 1/4 mijl (2 kilometers) van de Morrison Colonie; zij ver-
leent toegang tot de steden van het westen, de markten der Prairien
en tot de koolcentrums van de Crow's Nest Pass in de richting van
het oosten.
De gansche vallei is een prachtig landschap, alle soort van wild is
er in overvloed in het gansche district en de rivieren zijn zeer visch-
rijk. In den herfst kan men zich ook met schuitjevaren vermaken.
Het klimaat is zeer gezond en het gansche jaar door zeer aange-
naam. De stormen en de cyclonen zijn er onbekend; des zomers en
des winters heeft men er schoone zonnige dagen. De zomers zijn
droog met van tijd tot tijd zeer warme dagen, maar dewijl de tempe-
ratuur zeer droog is, is de warmte niet drukkend. Deze wordt overi-
gens verfrischt door de lichte winden welke over de ijs- en sneeuw-
velden der bergen waaien, en de nachten zijn altijd frisch. De winters
zijn opwekkend en droog ; de hemel is er doorgaans helder; schoone
zonnige dagen en kalme nachten heerschen er over't algemeen.
UITZICHT VAN HET LAND
De landbouwstreek van West-Canada begint ten oosten van de
provincie Manitoba, en strekt zich ten westen uit tot aan het Rotsge-
bergte, dat is een afstand van omtrent 1,500 kilometers. In het oosten
van Manitoba strekt deze streek zich ten noorden uit in de richting
van het meer Winnipeg en zet zich zoo ver noordwaarts voort als
westwaarts. Hoe meer men zich noordwaarts richt, hoe langer de
dagen des zomers zijn en hoe spoediger de oogst rijpt, ofschoon het
seizoen korter is. Men heeft met goed gevoig graan geteelt in streken
welke, nog niet lang geleden, aanzien werden als zijnde de uiterste
noordelijke grens van alle cultuur.
In de streek tusschen Winnipeg en Calgary — steden die 848 mijlen
(1,400 kilometers) van elkander liggen — bestaat er reeds een dicht
net van spoorwegen, hetwelk zich spoedig heeft uitgebreid om gemak
van vervoer te verschaffen aan de duizenden kolonisten die in het
land aankomen. Dit spoorwegnet bieidt zich ook noordwaarts uit.
Edmonton, 300 mijlen ten noorden van de grens der Vereenigde-
Staten gelegen, is het centrum voor al wat het aanleggen van spoorwegen betreft.
Winnipeg ligt 230 meters boven den zeespiegel en de hoogte van
het land neemt langzamerhand toe in de richting van het westen ;
Calgary, aan den voet van het Rotsgebergte, ligt meer dan 1,000 meters boven den zeespiegel.
Het zuidelijk gedeelte van deze uitgestrekte landbouwstreek bestaat
uit weiden (prairien) en bezit noch bosschen, noch kreupelhout,
11 behalve langs de rivieren en op den top van eenige heuvelen. Ten
noorden van deze streek heeft het land het uitzicht van een park,
want kleine bosschen wisselen af met de weiden ; meer ten noorden
wordt het land steeds rijker aan hout om zich weldra met dichte
wouden te bedekken.
GRONDSOORTEN
Er zijn verschillende soorten van gronden in West-Canada; men
treft er vochtige gronden aan die moeten gedraineerd worden, een
vruchtbaren zwarten grond, een lichten, zandachtigen grond, en soms
stukken zuurachtigen grond. Om die reden raad de Canadian Pacific
Railway ten zeerste aan in West-Canada geene gronden te koopen,
vooraleer men ze bezocht heeft. Het grootste gedeelte van den grond
is goed, maar zelfs tusschen goeden grond is er verschil : den eene
past beter voor den graanbouw, de anderen voor de gemengde boer-
derij. In gansch West-Canada zijn er geene betere gronden dan die
der Canada Pacific Railway, die de eerste keus heeft kunnen doen en
een plan heeft uitgevoerd dat de beste landbouwstreken doortrekt.
Zij heeft dus het beste bekomen en heeft nog 2,800,000 hectaren land
van eerste klasse, die op kolonisten wachten.
De algemeene kenmerken van den bodem der gronden van de
Canadian Pacific zijn : l°eene bovenlaag van zwarte aarde samen-
gesteld uit klei, zand, en met tuinaarde doortrokken slijk ; zij is rijk
aan nitraat en heeft eene dikte van 15 centimeters tot 6 meters ; al de
tot het voedsel der planten noodige bestanddeelen bevinden er zich
in behoorlijke verhouding en kunnen dadelijk benuttigd worden;
2° een ondergrond van grijze klei, bevattende doorgans zand en
soms kleine keitjes ; 3° harde klei bevattende dezelfde bestanddeelen
als de vorige laag, maar vaster en meer steenachtig.
Waarschijnlijk vormden de groote prairien, in het begin der tijden,
eene groote binnenlandsche zee welke in den loop der eeuwen uit-
gedroogd is. Professor Shaw, een beroemde deskundige in deze
zaken, heeft nauwkeurig den bodem in de drie provincien onderzocht
en de volgende verklaring afgelegd : « In den bovensten voet grond
der provincien Manitoba, Saskatchevan en Alberta zit meer rijkdom
dan in al de bergmijnen van af Alaska tot Mexico, en meer dan in al
de wouden die er bestaan tusschen de grenzen der Vereenigde Staten
en de poolzee. » Vervolgens komt de waarde in aanmerking van de
drie voet grond welke zich onder den eersten voet bevinden. De
ondergrond heeft slechts eene ondergeschikte waarde vergeleken bij
die van den bovengrond, maar indien den ondergrond niet goed is,
wordt een zeker deel van den bovengrond krachteloos gemaakt. De
rijkdom van den bodem kan niet geschat worden in hectaren. De
maat zijner waarde is in evenredigheid van het nitraat, het phosphoor-
zuur en de potasch die hij bevat; in andere woorden het is een voort-
brengende rijkdom. Aldus beschouwd, zijn die gronden eene bron
van onberekenbare waarde. Een hectare grond van gemiddelde hoe-
danigheid in West-Canada is meer waard dan twintig hectaren van
12
zulkend grond nabij de kust van den Atlantischen Oceaan. De landbouwer die eerst genoemde gronden bebouwt, kan er twintig achter-
eenvolgende oogsten op winnen, zonder dat de opbrengst veel ver-
mindert, terwijl, om een enkelen winstgevendert oogst te bekomen,
degene die de tweede bebouwt, aan de kooplieden in meststoffen
een som moet betalen, waarvoor hij in West-Canada eene hectare
grond zou kunnen koopen.
KLIMAAT
West-Canada ligt in het binnenland; bijgevolg is het klimaat
drooger, levendiger en helderder dan dat van Belgie hetwelk, uit oor-
zaak van de nabijheid der zee, vochtiger is. De zomers zijn er warmer en de winters kouder, maar dewijl de lucht droog is, kan men
de warmte en de koude beter verdragen. Dit droog klimaat met
koude winters en warme zomers, en de aan nitraat zoo rijke bodem
maken van West-Canada een ideaal land voor het winnen van harde
tarwe, eene soort welke de meelfabrieken duur betalen. Het klimaat
is bijzonder goed geschikt voor het hoornvee, voornamelijk voor die
soort, welke men in het Westen en het Noorden van Europa aan-
kweekt. Het is een gezond klimaat, dat op den mensch een heilzamen
invloed uitoefent. De Canadeesche winter gelijkt veel aan de winters
|n zekere gedeelten van Zwitzerland, waar duizenden Belgische toe-
risten gaan overwinteren. Dit winterklimaat is voorzeker de beste
vriend der landbouwers. De hevige vorst maakt den grond tot poeder,
dringt er diep in door, verdeelt den ondergrond en maakt hem dus
geschikt tot eene volledige doorweeking, wanneer in de lente de dooi
zich voordoet. De lange, zonnige zomerdagen doen de oogsten veel
sneller groeien en rijpen dan in Europa.
« Ieder oogenblik. zegt een Engelsche schrijver, de heer Leon
Thwaite, bewondert men het van gezondheid schitterend gelaat
der kinderen. Zij zien er sterk, gezond en gelukkig uit, en, om de
kolonisatie aan te moedigen, ware het veel beter dat de Canadeesche
landbouwers hunne kinderen wilden of mochten toonen, in stede
van hun graan en hun vee te brengen aan de tentoonstellingen der
genootschappen ter bevordering van den landbouw. Zeker zou geene
enkele moeder kunnen nalaten het prachtige, en krachtvolle uiterlijke
van het jonge Canadeesche geslacht te bewonderen. »
Onderstaande tabel duidt den gemiddelden tijd aan welke, van
het oogenblik der zaaiing op een wel bebouwden grond in West-
Canada, de verschillende oogsten noodig hebben om tot rijpheid te
komen :
Tarwe  112 tot 120 dagen.
« Six-rowed », gerst (met zes njen)  . 97 tot 100     »
Gewonegerst  100 tot 110     »
Grijze erwten  110 tot 112  ■ »
Haver     . 110 tot 118     »
Vlas  102     »
13 De gemiddelde regenval voor de Prairie provincien is van omtrent
500 millimeters, wat niet veel is voor een landbouwstreek ; doch men
mag niet vergeten dat de regens zich vooral voordoen gedurende de
maanden Mei, Juni en Juli, dus op het oogenblik dat zij noodig zijn
voor den groei der veldvruchten. Gedurende deze maanden vallen
er gemiddeld 50 tot 125 millimeters regen per maand. In den herfst
regent het doorgaans zeer weinig en des winters in 't geheel niet.
MAATSCHAPPELIJKE  TOESTANDEN
Ofschoon het land gansch nieuw zij, geniet men er toch al het wel-
zijn en al de gemakken van het hedendaagsche leven. Bijna al de
steden in West-Canada zijn voorzien van eene waterleiding, van het
electrisch licht en van de telephoon. De provinciale gouvernementen
zijn in het bezit van al de telephoonlijnen in hunne provincien en
breiden hunne landelijke lijnen uit, naarmate de noodzakelijkheid er
zich van doet gevoelen. De hotels zijn in het algemeen rein en gerie-
felijk ingericht; de magazijnen zijn van al de artikelen voorzien, die
de landbouwer verbruikt. Met eenige groote magazijnen, zooals
Eaton, te Winnipeg, kan men schriftelijk onderhandelen Men vindt
hun catalogus bijna op elke hoeve en, na onderzoek der afbeel-
dingen en der prijzen, kan de vrouw des landbouwers het verlangde
bestellen. De groote steden zijn wel voorzien van bibliotheken er^
leeszalen; in zekere provincien bestaan er instellingen die aan de
landbouwers kosteloos nuttige lezingen verschaffen. Al de steden
hebben groote hospitalen, ondersteund door toelagen van den Staat
en bijzondere giften. Weinige dorpen zijn er die geen klein hospitaal
bezitten. In Canada ontbreken geen geneesheeren, en de Canadeesche ziekenverpleegsters hebben zulken goeden faam dat ze
gansch Amerika door gevraagd worden.
De nieuwe aangekomene zal verwonderd staan over het groot getal
automobielen in West-Canada. Men kan zich een goede auto aan-
schaffen tegen den prijs van 7,500 frank en meer. Vele landbouwers
bezitten een auto.
De wet en de openbare orde worden gehandhaafd, in Manitoba,
door de provinciale politie ; in Alberta en Saskatchewan, door de
« Royal North West Mounted Police ». Dit korps, dat veel overeen-
komst heeft met de Belgische gendarmerie, is een der voornaamste
der wereld.
De orde en de eigendommen worden in de verst afgelegen deelen
van Canada zoo wel geeerbiedigd als in de meest bevolkte landen der
wereld.
UITZONDERINGSWETTEN
De wetten bepalen natuurlijk dat iedereen zijne schulden moet
betalen indien ze regelmatig gemaakt zijn. Nochtans in de provincien
Manitoba, Saskatchewan en Alberta is eene wet in voege die, in som-
mige gevallen en wanneer er geene hypotheek bestaat, belet voor
14
schuld besiag te leggen Op een zeker getal paarden, hoornvee, var-
kerts en gevogelte, op eenige meubelen en op den voorraad van een
jaar. Een landbouwer die zijn goed niet gehypothekeerd heeft en
door ongelukkige omstandigheden in nood zou gebracht zijn, kan
dus ten minste niet uit zijne woning gedreven worden.
Bijzondere instellingen, door de provinciale Gouvernementen
bestuurd,   zorgen  voor  de   blinden,  de doofstommen en andere.
Belangrijke dagbladen en tijdschriften worden in alle groote steden
van West-Canada uitgegeven, en zelfs in verwijderde en weinig
gekoloniseerde districten wordt meestal, in het voornaamste dorp,
een weekblad gedrukt.
OPENBAAR ONDERWIJS
Een concessie van een achttiende gedeelte der landen van West-
Canada is voorbehouden om het stichten en de goede werking der
scholen te verzekeren. Daardoor worden aan de begrooting van het
openbaar onderwijs aanzienlijke hulpmiddelen verschaft, welke een
uitmuntend schoolstelsel voor gevolg hebben. De scholen zijn onzijdig
en hebben een nationaal karakter. De nieuwe aangekomene staat
verwonderd over de afmetingen der scholen in zeer kleine dorpen der
prairie. De school is meestal het grootste en schoonste gebouw van
het dorp. Het onderwijs is kosteloos, behalve dat er zeer lichte
aksen worden geheven; het is zeer practisch ingericht.
-11111!
n:-1
Eene school te Red Deer, Alberta
15 In het lager onderwijs worden de schoolboeken kosteloos verschaft.
Het schoolgeld is gering, omdat het Gouvernement aanzienlijke
toelagen schenkt. Ieder onderwijzer moet een staatsdiploma van een
zekeren graad bezitten en de lessen der Normaalschool gevolgd
hebben. Er bestaat eene commissie om de scholen te onderzoeken,
en iedere school wordt tweemaal in het jaar bezocht.
Hoogere en technische scholen bestaan in de groote steden.
Winnipeg, Saskatoon, Edmonton en Calgary bezitten elk eene
universiteit. Landbouwgestichten dragen het hunne bij om het jonge
geslacht op den weg des voorspoeds te brengen.
KERKEN
Een der eerste gebouwen, welke in ieder nieuw district in Canada
wordt opgericht, is de kerk. Wanneer de kolonie weinig bevolkt is,
worden de goddelijke diensten doorgaans in de scholen verricht, en
des zomers dikwijls in de open lucht.
De volledigste godsdienstvrijheid heerscht in Canada. Er is geen
Staatsgodsdienst. Er bestaan christene kerken van alle sekten, maar
in het Westen zijn zekere godsdienstige sekten geneigd om alle
strijdigheid van gedachten ter zijde te stellen en zich in eene
gezamenlijke aanbidding te vereenigen. De zondagrust wordt in
West-Canada zeer streng nageleefd. De sekten die tegenwoordig de
meeste aanhangers hebben, zijn de Roomsch-Katholieken, de Metho-
disten, de Presbyterianen, de Anglicanen, de Doopsgezinden en de
Congregationalisten. In de steden nemen « De Christene Vereeniging
voor Jongelingen » en « De Christene Vereeniging voor Meisjes » een
werkzaam deel aan het maatschappelijk leven.
TAKSEN en BELASTINGEN
Het Federaal Gouvernement verleent aan de verschillende provincien belangrijke toelagen, waardoor de belastingen in West-Canada
zeer gering zijn.
Het Federaal Gouvernement vindt al zijne hulpbronnen in de
inkomsten der douanen en in de accijnsrechten. Er bestaat geene
belasting op het inkomen. De Provinciale Gouvernementen heffen
zeer lichte taksen voor het Openbaar onderwijs. Er bestaan ook
gemeentelijke belastingen om zekere werken uit te voeren, zooals
plaatselijke verbeteringen. Er zijn geene taksen voor den openbaren
bijstand, daar er geene noodlijdenden zijn. De gebouwen, de cultuur-
planten, de landbouwgereedschappen zijn in de landelijke districten
vrij van belastingen.
De leeningen welke de Canadian Pacific aan de landbouwers
toestaat, zijn dus aan geene bijgevoegde taks onderworpen. De grond
alleen is belastbaar, en wordt geschat volgens de waarde der niet
verbeterde gronden derzelfde soort, welke er zouden naast liggen.
De landbouwer trekt dus de geheele winst van de werken welke
hij op zijn land uitvoert.
16
Algemeene condities van den
landbouw in West-Canada
West-Canada staat tegenwoordig bekend als zijnde het land dat
het meest tarwe voortbrengt, vooral wat betreft de verscheidenheden
harde tarwe, die door de meelfabrieken duur betaald wordt. De
tarwe geeft een uitmuntend meel voor gewoon of menagebrood. West-
Canada biedt ook prachtige gelegenheid voor het gemengde bedrijf,
dat is, het kweeken van vee vereenigd met den graanbouw. De landbouwer, die zich tevreden stelt met het winnen van tarwe, kan,
zonder zich veel moeite te geven, in de goede jaren aanzienlijke
winsten maken ; maar een ervaren landbouwer weet dat, zelfs in de
beste landen, er goede en slechte jaren zijn en dat de gemengde
boerderij meer zekerheid geeft en meer opbrengt. Is de tarwe door
de vorst beschadigd, dan maakt zij nog een uitmuntend voedsel uit
voor de varkens, en de varkens brengen veel op in West-Canada. De
heer Hall Carleton, een Engelsche landbouwer in Alberta gevestigd,
zeide : « Ik bereken mijne winsten niet meer in hectoliters koren per
hectare ; ik bereken ze in varkens per hectare ! »
In de volgende bladzijden^zullen wij over het kweeken van dieren
^en het gemengde bedrijf spreken, maar terzelfder tijd eene belangrijke plaats aan de tarwe gunnen, die de voornaamste oogst van
West-Canada zal blijven.
MOET DE BELGISCHE LANDBOUWER
ONDERVINDING
VAN HET LAND HEBBEN?
Alhoewel een landbouwer, hetzij in Belgie, hetzij in Canada, nooit
te veel ondervinding kan hebben, mag geen Belgisch landbouwer
aarzelen om zich in Canada te gaan vestigen omdat hij niet op
de hoogte van de methoden van dit land is.
De algemeene regels van den landbouw zijn overal dezelfde. Er is
natuurlijk eenig onderscheid dat men moet toeschrijven aan het ver-
schil van klimaat, het vallen van den regen, de hoogte van het land,
het verschil van grond, enz., maar de Belgische landbouwer, die
landbouw verstaat, moet niet aarzeelen om, zonder de minste vooraf-
gaande ondervinding, eene hoeve in Canada te nemen. Gij moet
hiervan wel overtuigd zijn dat ge niet al weet, wat ge moet weten,
wanneer ge u, in een voor u nieuw land, aan den akkerbouw over-
geeft. Vooral moet gij oogen en ooren openen, en den mond zooveel
mogelijk gesloten houden. Ga wel den man na, die de beste landbouwer van uw distrikt is. Aarzel niet inlichtingen te vragen. Men
geeft geen bewijs van domheid door uitleggingen te vragen in een
nieuw land; men geeft bewijs van gezond verstand. Houd u gedurig
in betrekking met de modelhoeven van het Gouvernement, en lees een
17 goed landbouwblad, dat over den landbouw in uw distrikt handelt.
Niets kan beletten dat een landbouwer gelukt, die alzoo doet.
CANADEESCHE MUNT
De kolonist zal zich aan de Canadeesche munt moeten gewennen
die, evenals in Belgie, op het decimaal stelsel gegrond is. Een dollar
heeft omtrent de waarde van vijf frank. De munt is in 't algemeen
voorgesteld onder den vorm van bankbriefjes vertegenwoordigende
eene waarde van een dollar en meer.
De meeste gebruikte geldstukken, en hunne benaderende waarde in
Belgisch geld, zijn :
De Canadeesche cent (sou) is 5 centiemen waard.
Het Canadeesche vijf centstuk geldt 25 centiemen.
Het Canadeesche 10 centstuk geldt 50 centiemen.
Het Canadeesche 25 centstuk geldt fr   1.25.
Het Canadeesche 50 centstuk geldt fr. 2.50.
Dit is omtrent de waarde dezer geldstukken. De eigenlijke waarde
van den Canadeeschen dollar verschilt volgens den wisselkoers van
fr. 5.20 tot fr. 5.25, maar over't algemeen kan men in het dagelijksch
gebruik, zijne waarde schatten op 5 frank.
Het Gouvernement geeft bankbriefjes uit van een dollar (5 frank),
2 dollars (10 frank) en 5 dollars (25 frank). De Canadeesche banken
genieten een privilegie van den Staat en geven bankbriefjes uit van
$ 5, $ 10, $ 20, $ 50, $ 100 ($ beteekent dollar).
De meeste gebruikte cana deeschefgewichten en maten hebben omtrent de volgende waarde :
Acre = 40 aren.
Pint    = 1/2 liter ongev.
Eng. pond — 453
Voet = 31 cm.
Quart — 1 liter.
Ton (2000 pond) =
Yard = 91 cm.
Gallon = 4 1/2 liters.
906 liters.
Mijl = 1609 meters.
Bushel = 36 liters.
" SPOED ,,
Eene zaak moet de Belgische kolonist zich wel in het verstand
prenten als hij naar Canada gaat. Wanneer de lente komt en de verschillende werkzaamheden op het veld in gang zijn, moet hij als
kenspreuk aannemen : « Spoed ».
In vergelijking met Belgie zijn de seizoenen kort en de bebouwde
velden zeer uitgestrekt. Dank aan de moderne werktuigen kan een
man meer land bezaaien dan hij kan oogsten. Hij moet zich dus in de
lente spoeden en vroeg zaaien. Wanneer de oogsttijd daar is, mag de
landbouwer geen minuut verliezen. Elke uur is geld waard. Dat wil
niet zeggen dat men in Canada harder moet werken dan in andere
landen. Alles wel ingezien, is het tegenovergestelde waar. De landbouwer gebruikt hier machienen, die, overal waar het mogelijk is,
den handenarbeid uitsparen, maar hij kent de waarde van den tijd in
critische stonden van het jaar, en gedurende den zaaitijd en den
oogsttijd wordt nergens meer vlijt ten toon gespreid dan op eene
Canadeesche hoeve.
In de zomer, een tijdperk van gedurige werkzaamheid, de winter is
daarbij vergeleken, een tijdperk van rust.
Duizenden kolonisten beginnen klein en hebben het eerste en het
tweede jaar gedurende de wintermaanden weinig te doen. De kolonist
Een veld met Zomertarwe
18
19 die vooruit wil heeft nochtans spoedig genoeg van de rust en brengt
op zijne hoeve paarden en koeien, vet vee, varkens, schapen en pluim-
gedierte. Hij zal misschien maar klein beginnen, maar na eenige jaren
zal hij verbazend vooruitgegaan zijn. De landbouwer zal alsdan in
staat zijn gansch het jaar door werklieden te gebruiken. Hij zal hen
aan betere voorwaarden kunnen aanwerven dan wanneer hij hen
slechts in den zomer gebruikt; zijne boerderij vestigt zich op vasten
en blijvende grondslagen, en elke maand van het jaar geeft zijne
hoeve hem inkomsten.
ZOMERTARWE
De zomertarwe is de groote oogst van den landbouwer in de groote
prairie provincien. De meest gekende soort is de « Rede Fife ». Zij
schikt zich goed naar het klimaat en is meer verspreid dan alle andere
soort. De praktische ondervinding in Canada heeft de landbouwers
overtuigd dat het beter is zich te houden bij enkele graansoorten,
wier deugdelijkheid bewezen is, dan eene menigte nieuwe verschei-
denheden te hebben, en dat de beste uitslagen bekomen worden, als
men de qualiteiten, als goed zijnde gekend, verbetert door ze uit te
kiezen en zorgvuldig te verbouwen. Gedurende eenige jaren zijn
groote popingen aangewend geworden om aan de luchtstreek verschei-
denheden te doen gewennen die spoedig rijpen. Wanneer die uitslag
bekomen is, is het moeilijk de opbrengst en de qualiteit in stand te
houden ; maar de soorten gekend onder den naam van Preston,
Huron, Stanley en Percy, vereenigen de voordeelen van opbrengst,
qualiteit en spoedige rijpheid. Hoe meer men naar het Noorden gaat,
hoe korter het seizoen is, maar in den zomer zijn er de dagen langer,
en eene snel rijpende tarwe zou toelaten deze graansoort nog meer
noordwaarts te kweeken. Deze taak heeft de Canadeesche vereeniging
tot het winnen van zaaizaad, op zich genomen. Een lid kiest eene
tarwesoort — de « Red Fife » bijvoorbeeld— en verschaft zich graan
genoeg om een stuk grond van eerste klasse en van ten minste
10 aren, te bezaaien. Alvorens te oogsten, kiest men, onder de sterk-
ste planten, een voldoende getal aren tarwe om het volgende, jaar
10 aren land te kunnen bezaaien. Wanneer de landbouwer op die
wijze de reglementen der Vereeniging voor het uitkiezen van zaad,
gedurende eene peribde van drie jaar gevolgd heeft, en hij er toe
gekomen is uitmuntende qualiteiten voort te brengen. wordt hij door
de Vereening op het register ingeschreven. Deze Vereeniging ont-
vangt subsidies van het Ministerie van Landbouw, wat nog een door-
staand bewijs is van den pratischen steun welken het Gouvernement
aan de landbouwers verleent.
DE ZAAITIJD EN DE OOGST
De landbouwer die zich met de tarwe-cultuur bezig houdt beploegt
bij voorkeur de prairie tusschen het begin van Mei en het einde van
Juni. De reden van deze handelwijze is klaar en duidelijk. De goede
uitslag van een oogst in Canada hangt zeer dikwijls af van de hoeveel- heid vochtigheid die zich in den grond bevindt, en indien deze in het
begin van het seizoen beploegd en fijn geegd wordt, bewaart hij de
vochtigheid voortkomende van de regens ; alzoo bevat hij de vochtigheid van twee jaar om den eersten oogst voort te brengen. In de
lente, is het een belangrijk punt te zaaien z'oohaast het weder zulks
toelaat. De tarwe wordt gezaaid tusschen den 10den April en den
2Qsten ^ei> 0p (jen voet van | 1/4 bushel a 2 bushels per acre (86 a
136 kilos per hectare) Drie maanden en half a vier maanden na de
zaaiing kan het graan gemaaid worden.
De oogsttijd is het tijdperk der drukste werkzaamheden. Het
afmaaien geschiedt immer met behulp van machines die in schooven
binden niarmate ze afmaaien, eene breedte hebben van 2m10 tot 2m40
en door vier paarden getrokken worden of, in sommige gevallen,
door gazoline-trekmachines. Het dorschen heeft doorgaans op het
veld zelf plaats, zonder dat de schooven in mijten worden gezet. De
eigenaars der dorschmachines zijn gewoonlijk vergezeld van de noo-
dige werklieden, behalve voor het vervoeren van het gedorschen
graan, wat de landbouwer zelf doet. Zij hebben ook woonwagens,
waarin men kookt voor de manschappen en waarin deze huisvesten,
zoodat de vrouw van den landbouwer weinig meer werk heeft gedurende den dorschtijd.
De dorschmachine is voorzien van een toestel dat de schooven in
de machine sleept, zoodat men ze er niet moet induwen en bijgevolg
een of twee werklieden uitspaart. Draaiende messen snijden de koord
der schooven door; twee karren te gelijk storten hunne schooven
uit, die in de machine worden gesleept waar het graan wordt gedorschen. Door een machtig blaastuig wordt het stroo, langs eene breede
buis, naar buiten geworpen. Een ketting met tuimelbakken brengt het
graan boven op de machine; het wordt automatisch, per halve bushel
te gelijk, gewogen en zooals het is in een wagen gestort, welke
gereed staat om het te ontvangen. Zoohaast de wagen vol is, voert
men hem dadelijk naar de statie, van waar hij naar de markten wordt
verzonden of naar de elevators (magazijnen), waar hij blijft in afwach-
ting dat er wagons komen of dat er eene stijging der prijzen plaats
hebbe. Al dat werk wordt met een minimum van arbeidsloon verricht.
Men dorscht gemiddeld 1,200 a 1,500 bushels (452 a 540 hectoliters) per dag, maar somtijds gebeurt het dat men tot 2,000 bushels
(720 hectoliters) dorscht.
De kosten van in bebouwing stellen voor den eersten oogst zijn
nagenoeg de volgende :
Frank per Dollars
hectare per acre
Eerste bewerking met den ploeg en de schijfegge,    .    74.40 5.95
Inzaaiing. 6.25 0.50
Tweemaal eggen 4.40 0.35
Zaaizaad : 1  1/2 bushel tegen gemiddeld 90 cents
per bushel , 16.90 1.35
Afmaaien.      5.00 0.40
Koord     .      3.75 0.30
In schooven binden     .     2.50 0.20
Dorschen :   19 bushels a 9  cents per  bushel   of
45 centiemen per bushel (36 liters) 21.40 1.71
Fr. 135.25   $ 10.81
De hierboven aangehaalde cijfers zijn, wel te verstaan, benaderend,
maar mogen, in hun geheel genomen, aanzien worden als juist zijnde.
Pe oogst
22
2d f!![lli^lkoj!?!" j0Qr„jen eersten oogst_veroorzaakt zijn van $ 9.86 per
acre, dat is fr. 123.25 per'nectareTDeko^t^
! bedragen;$ 7.21 per acre, dat is 90 frank per hectare. De landbouwer
moet nu immers geen maagdelijken grond meer omploegen en voor-
bereiden ; hij moet nog slechts het stoppelveld omploegen, wat hem
$ 1.85 per acre of 23 frank per hectare zal kosten. De winst hangt
veel af van den prijs van het graan. Stellen wij hem op 80 cents
(4 frank) per bushel. Hij is veel lager en ook veel hooger geweest,
maar lange jaren reeds hebben de markten dit cijfer overschreden, en
daarom meenen wij dat men er niets kan tegen inbrengen. Er is dus
een schijnbare winst van $ 5.34 per acre (fr. 99.87 per hectare) het
tweede jaar. Deze winst is nochtans slechts schijnbaar, want wij
hebben er niet van afgetrokken de interesten van het kapitaal
geplaats in land, werkzaamheden, vee, enz., en ook niet het onder-
houd van menschen en paarden gedurende het werkelooze tijdperk
van het jaar. Wij hebben ook geene rekening gehouden van het land
dat eens braak zal moeten liggen. Wanneer men nochtans al die fac-
toren in aanmerking neemt, blijft er nog een uiterst schoone kans
over voor iemand die slechts over kleine middelen beschikt, en veel
zekerheid voor hem die verstand en geid bezit. Men mag ook niet
vergeten dat deze cijfers rekening houden van de waarde van den
door den landbouwer zelf verrichten arbeid ; eveneens geeft men de
profijten niet in overweging genomen voortspruitende uit het opkwee-
ken van dieren, welke met de nevenproducten der hoeve gevoed
worden, of uit de vogelteelt en de melkerij, beide zeer winstgevende
vakken van de landbouwnijverheid in West-Canada.
DE VERKOOP VAN  HET GRAAN
In Canada wordt het graan verkocht volgens de qualiteiten vastge-
steld door de wet. De inspecteurs van het Gouvernement beslissen
over de qualiteit van al het graan dat uitgevoerd wordt. De commissaris
der entrepots of magazijnen, wiens bureelen te Winnipeg, in Manitoba zijn, is een ambtenaar van het Gouvernement. Het is hem niet
toegelaten het minste persoonlijk belang in den graanhandel te hebben. De wet verleent hem het volledige toezicht over den graanhandel, opdat deze gedreven worde gelijk het betaamt.
Bijna al het graan van Manitoba, Saskatchevan en Alberta gaat
door de elevators (graanmagazijnen) van het binnenland. Sommige
dezer elevators zijn het eigendom der landbouwers, maar de meeste
behooren aan graanhandelaars of meelfabrieken. Al de graanhande-
laars moeten eene vergunning van het Gouvernement hebben en borg
stellen, zoodat de landbouwer gevrijwaard is tegen alle oneerlijk
inzicht of geldelijke verlegenheid van den handenlaar. In bijna al de
spoorwegstations van ^West-Canada treft men een of meer elevators aan.
Een landbouwer kan zijn graan aan den elevator voor gereed geld
verkoopen, doch wanneer hij zulks verkiest, kan hij zijne tarwe
eenigen tijd houden indien hij hoopt eenen beteren prijs te bekomen.
Hij kan ook zijn graan in den elevator voor zekeren tijd laten, en
ontvangt dan een bewijs hetwelk de quantiteit en de qualiteit van zijn
graan vaststelt. Hij kan ook nog zijn graan rechtstreeks op eenen
wagon laden zonder door den elevator te passeeren. De landbouwer,
die slechts eenige honderden bushels zou te verkoopen hebben, kan
Aanwijzende hoeve van Strathmore in het besproeid District
24 25 dus op verschillende manieren zijn graan aan den man brengen. In
bijna ieder station zijn er platvormen, welke den landbouwer toelaten
zijn graan dadelijk op den wagon te laden, en de behandeling van het
graan vergemakkelijken. Aan al de spoorwegstations van waar het
graan per wagon verzonden wordt, treft men zulke platvormen aan. De
landbouwer heeft nog een ander voorrecht; aan verscheidene belang-
rijke stations zijn er meelfabrieken, waaraan de landbouwer zijn
graan kan verkoopen.
West-Canada biedt een uitgestrekt arbeidsveld aan voor de maal-
derij, en verscheidene groote meelfabrieken, die dagelijks meer dan
5,000 bushels (1,800 hectoliters) tarwe verwerken, bestaan er of worden er opgericht. Deze meelfabrieken zijn van groot belang voor den
landbouwer die er ook, in goede voorwaarden, zemelen en andere
nevenproducten voor het voeden der dieren kan bekomen.
De prijs van het graan hangt grootendeels af van de koersen der
Beurs van Liverpool, welke een der voornaamste markten der wereld
is voor de prijzen der granen en andere voedingsmiddelen.
DE BESPROEIING IN ALBERTA
De Canadian Pacific Railway heeft een uitgebreid besproeiings
stelsel tot stand gebracht hetwelk toelaat een aanzienlijke oppervlakte
in Zuid-Alberta te besproeien. Uit het inrichten van kostbare besproei-
ingswerken moet men echter niet afleiden dat Zuid-Alberta een dorre,
woeste streek is. Een zoodanig besluit zou gansch tegenstrijdig zijn
met de waarheid ; de natuur heeft dit district ten zeerste bevoordeeld
door de besproeiing mogelijk en uitvoerbaar te maken.
Het land daalt in zachte helling van de conterforts der bergen, en
de rivieren die uit het Rotsgebergte ontspringen voeren groote hoe-
veelheden zeer zuiver water aan ; men moet hulde brengen aan de
Maatschappij die er toe besloten heeft van deze voorwaarden gebruik
te maken om den landbouwer tegen het gebrek aan water te vrijwaren.
Alhoewel de graanlanden in Zuid-Alberta onder de rijkste der
gansche wereld zijn en zonder besproeiing onovertreffelijke oogsten
hebben opgebracht, heeft de ondervinding nochtans bewezen dat de
voortbrengende kracht van dezen grond grootelijks kan vermeerderd
worden door het doelmatig aanwenden van besproeiing.
Om nauwkeurig te bepalen wat daaromtrent kon gedaan worden,
heeft de modelhoeve van den Staat te Lethbridge eene reeks proeven
gedaan voor doel hebbende niet van te bewijzen dat het eene stelsel
beter was dan het ander, maar wel van gunstige uitslagen te bekomen zoowel op besproeide als op niet besproeide landen. De uitslag
dezer proefnemingen heeft bewezen dat de besproeiing de opbrengst
der volgende oogsten vermeerderde in de verhoudingen hieronder
aangeduid, met betrekking op de uitslagen zonder besproeiing
bekomen :
26
Vermeerdering Vermeerdering
Aardappelen .    .    .^260 p. c. Mangolds .   .    .    .    102 p. c.
Rapen 200   » Grijze erwten.    .    .     73   »
Suikerbeeten ...    184   » Gerst met twee rijen     69   »
Peeen 141   » Gerst met zes rijen .     45   »
Mais 128   » Zomertarwe   ...     33   »
Op besproeide gronden, heeft de tarwe 43 1/2 bushels per acre
opgebracht, dat is 2.963 kilos per hectare ; in het goede seizoen heeft
de tarwe opgebracht, zonder besproeiing, 33 bushels per acre, dat is
2,242 kilos per hectare De cijfers voor de gerst met zes rijen waren
opvolgenlijk 61 1,2 en 48 1/4 bushels per acre, dat is 3,343 kilos en
2,631 kilos per hectare. De gerst met twee rijen heeft op besproeide
gronden opgeleverd 65 bushels per acre (3,533 kilos per hectare), en
zonder besproeiing 49 1/2 bushels per acre (2,718 kilos per hectare).
De aardappelen hebben gegeven op besproeide gronden 249 1/2 bushels per acre ( kilos per hectare), en 149 1/2 bushels per acre
(10,992 kilos per hectare), zonder besproeiing. De andere oogsten
hebben insgelijks, tengevolge der besproeiing, grootere opbrengsten
gegeven in de hierboven aangeduide verhoudingen.
De besproeiing is de intensieve landbouw, dat wil zeggen dat men
uit den grond trekt al wat hij geven kan. De besproeiing is vooral
nuttig voor de nijverheidsplanten en de kunstmatige voederplanten
onder welke de alfalfa (luzerne) den eersten rang heeft ingenomen ;
zij bevoordeelt dus het opkweeken van dieren en vooral de melkerij.
De melkboer, die op besproeide gronden gevestigd is, heeft water in
overvloed voor zijn vee en zijne velden, en bevindt zich dus in
bijzondere gunstige voorwaarden. De teelt van groenten en kleine
vruchten voor de markten der steden, zooals Calgary en Lethbridge,
is een zeer loongevende onderneming; want tot nu toe moeten de
groenten en de kleine vruchten grootendeels ingevoerd worden,
ofschoon ze met goeden uitslag in Alberta kunnen geteeld worden.
De snelle uitbreiding der bovengenoemde steden toont aan dat op die
markten de vraag het aanbod nog gedurende lange jaren zal over-
treffen.
Wij laten hier eenige brieven volgen van kolonisten, welke een
denkbeeld geven van wat men op besproeide gronden kan uitvoeren :
« Standard, Alberta, 6 September 1913.
» Ik ga in eenige regels mijne meening doen kennen omtrent de
besproeiing en de uitkomsten welke ik bekomen heb.
» In 1912, heb ik een gersteveld besproeid; het heeft 20 bushels
meer per acre opgebracht en was twee weken eerder rijp dan de gerst
welke niet besproeid was geworden. In 1913, heb ik 30 acres gerst
besproeid en de uitslag is zeer goed geweest; ik zal omtrent 50 a
60 bushels per acre hebben en ik heb ze eerder afgesneden dan de
gerst die niet besproeid was geworden.
» Ik heb mijne landen in de laatste herfst besproeid met het oog
op de tarwecultuur. De besproeide gronden hebben eene opbrengst
van 35 bushels tarwe gegeven, terwijl de niet besproeide gronden van
hetzelfde veld nagenoeg 30 bushels per acre zullen opbrengen.
27 »*Ik wil ook spreken van het water onder hei opzicht van de var-
kensfokkerij. Versch water vloeit altijd door mijne weiden, en
daaraan meen ik te danken te hebben dat ik ten minste 50 cents per
dag bespaar, wat op zijn minst geschat is, want er moet rekening ge-
houden worden van de kosten door het pompen van water veroorzaakt,
namelijk van de gazoline en het loon van den man die het pompen
bewaakt. Voor de varkens gebruik ik het water van Mei tot October.
Zulks maakt, tegen 50 cents per dag, eene besparing van 75 dollars.
Buitendien maken al mijne paarden en koeien ook gebruik van het
water, en ik zou het niet willen missen, want het is onontbeerlijk
voor de gemengde boerderij. Hadde ik alleen mijnen put om mijne
dieren te drenken, dan zoo ik zeer ten achter zijn, want ik zou zoo-
vele dieren niet kunnen houden.
» Toekomend jaar ben ik voornemens alfalfa (luzerne) te zaaien
en ik weet, door de in den omtrekt bekomen uitslagen, dat zulks
voor mij een groot voordeel zal zijn.
» In 1911, heb ik eene zeug gekocht van 13 dollars; in Juni van
hetzelfde jaar, heb ik voor 1,200 dollars varkens gekocht. Ik heb er
nog genoeg om er twee wagons mede te laden, welke in November
zullen kunnen verzonden worden, en er zullen mij nog vele zeugen
voor de voortteling overblijven, wat mij zal toelaten altijd een goed
getal varkens te hebben. En dat alles heb ik bekomen met 13 dollars
(omtrent 65 frank). Daarenboven hebben die varkens mij het noodige
vleesch voor het huishouden verschaft, wat reeds eene zekere hoe-
veelheid voorstelt; want behalve mijne werklieden, heb ik nog man-
nen gebezigd aan het maken van gebouwen. Het gansche jaar door
gebruik ik eenen werkman en eenen extra geheel den zomer.
Ik win zelf al het voeder voor mijne dieren, ik koop het nooit. Ik
bezit een kleinen petrolmotor van vier paarden kracht en maal zelf
het graan. Men melkt 12 a 18 koeien ; voor mijnen room ontvang ik
per maand gemiddeld 110 dollars (550 frank); daarbij heb ik dan
nog karnmelk voor mijne kalveren en varkens. Ik heb acht paarden
die mij dezen zomer 900 dollars (4,500 frank) hebben opgebracht voor
buitengewoon werk dat zij verricht hebben buiten het werk op mijn
eigene hoeve.
» Om te eindigen zal ik zeggen dat het water mij zeer nuttig is
geweest en er veel toe heeft bijgedragen om mij zoo goed te doen
gelukken. (In October, wanneer het water niet meer vloeit, vangt voor
mij de tijd aan van bijgevoegd werk en van onkosten.) In de laatste
lente heb ik vele boompjes geplant en ze gedijen goed omdat men ze
kan besproeien.
» Met achting.
» (Get.) L.-H. Laveridsen. »
« Lethbridge, Alberta, 4 Maart 1913,
» Bij dezen verklaar ik dat ik mij gedurende vijf jaar op den
landbouw heb toegelegd in het district Lethbridge op besproeide en
op niet besproeide gronden. Ik ben een geestdriftige voorstander van
de besproeiing. Het gebruik van het water waarborgt niet alleen den
28
oogst, hoe groot de droogte ook zoude zijn, maar waarborgt ook
eene betere opbrengst in een gewoon seizoen. Het beste voorbeeld
van de winst voortspruitende uit de besproeiing, en het meest door-
slaande resultaat dezer methode is hetgene ik gezien heb op de hoeve
van W. Tiffin, eenige mijlen ten zuiden van Lethbridge.
» M. Tiffin had twee nevens elkander liggende velden met tarwe
bezaaid : het eene was besproeibaar, het andere niet. De besproeiing
daargelaten, werden de velden nauwkeurig op dezelfde wijze voor-
bereid. Volgens de verklaringen van M. Tiffin heeft het besproeide
veld 49 bussels per acre opgebracht, terwijl het veld, dat geene
andere vochtigheid dan die der regens ontvangen had, slechts 25
bushels per acre heeft opgeleverd.
» Mijn eigen ondervinding heeft mij verleden jaar de weldaden
van de besproeiing bewezen voor den graanoogst. Twee mijner velden,
ieder van 100 acren, werden met haver bezaaid. Volgens mij bestond
er geene reden opdat de oogst op het eene beter zou lukken dan op
het andere, tenzij dat het eene besproeid was en het andere niet. De
besproeide haver heeft 75 bushels per acre opgebracht en de niet
besproeide slechts 25 bushels : zulke voorbeelden treft men niet
zelden aan in dit district; degene die het water op eene verstandige
wijze aanwendt, bekomt betere opbrengsten dan degene die in den
regen alleen zijn vertrouwen stelt. De oogst der kunstmatige voeder-
planten gelukt immer bij den landbouwer die over besproeiing
beschikt. Op besproeide gronden brengt de alfalfa tot 5 ton per
acre op.
» Ik beschouw wezenlijk de besproeiing als een der hoofdzaken
voor het gelukken van den landbouw in Zuid-Alberta.
(Get.) Frank A. Maxwell. »
PAARDEN
Ofschoon het gebruik van gazolinemotors, om ploegenLenfandere
landbouwwerktuigen in beweging te stellen, zeer groot is, neemt de
vraag naar zware werkpaarden steeds toe. Daaruit volgt dat de
paarden den kolonist tamelijk duur kosten en het voordeelig is hen
te fokken.
De gemiddelde prijs is omtrent 2,000 frank het koppel, en bereikt
somtijds 2,500 frank voor paarden van 5 of 6 jaar. De voornaamste
paardensoorten welke men aantreft zijn : de Clydesdales, de Perche-
rons, de Shires, de Belgische en de Suffolk. Na de Clydesdales zijn
de Percherons het meest verspreid. Ziehier wat de Commissie der
Schotsche landbouwers, waarvan hooger spraak is, over de paarden-
fokkerij zegt:
Het fokken van paarden geschiedt in Canada in zeer groote voorwaarden, en vele fokkers hebben prachtige paardenfokkerijen ingericht door het invoeren van uitgelezen dieren. Eene merkwaardige
uitzondering aan dien regel is de hoeve van M. Russel H. Taber, te
29 Paarden van West Canada
Hillcrest, bij Regina. Elke zijner merrien is geboren en opgevoed in
Canada, en het zou moeilijk zijn in Schotland betere Clydesdales-
merrien te vinden. Zes dezer merrien komen voort van de hengsten
« Baron Pride » en « Baron Gem » (10974). Deze merrien zijn ver-
maard in gansch West-Canada, waar zij in alle tentoonstellingen
prijzen behalen. Dit is een voorbeeld van de goede uitslagen welke
men kan bekomen, wanneer men zijne producten verzorgt en uitkiest.
De groote meerderheid van het publiek is niet overtuigd van het
voordeel dat men bekomt wanneer men zich bij voorkeur op het aan-
kweeken van een goed ras werkpaarden toelegt. De tijden zijn lang
voorbij toen een landbouwer een koppel paarden kon koopen voor
minder geld dan het aankweeken er van hem zou kosten. Er bestaat
eene steeds toenemende vraag naar werkpaarden wegende van 700 tot
850 kilos, en het kost niet meer, paarden te fokken van zulk ras, dan
dieren zonder ras en van de helft minder waarde. Dit feit wordt in
voordrachten door specialisten aan de landbouwers uiteengezet, en
zal weldra vruchten dragen. Een der grootste paardenfokkers van het
district Calgary heeft verklaard dat het hem slechts 250 frank
kostte om een paard tot den ouderdom van vier jaar aan te kweeken.
In West-Canada zou dat op 500 frank komen. In de steden van
Britsch Columbie zijn de gewone prijzen voor goede paarden van vijf
jaar, 1,500 a 2,000 frank per stuk. Te Winnipeg heeft een koppel
paarden, die dagelijks in de stad werken, eene waarde van omtrent
2,500 frank.
30
RIJPAARDEN EN KOETSPAARDEN
Het paard dat de Canadeezen boven alle ander verkiezen is de
echte draver, en geen paard wordt hooger geschat; het wordt door
hen aanzien als zijnde het beste renpaard. Niet alleen in de steden,
maar zelfs in ieder landelijk kanton treft men eene goed ingerichte
renbaan aan met eene tribune voor de toeschouwers en eene tribune
voor de jury.
De wedrennen hebben over 't algemeen niet plaats in een enkel
jaarlijksch seizoen, maar geschieden twee of viermaal per jaar. De
rijpaarden en de koetspaarden hebben vele hoedanigheden. Het
meerendeel dier paarden schijnen iets van het volbloed paard te
hebben. Vele hebben iets van de hakkenei, en alle schijnen van goed
ras te zijn, in al de plaatsen door de Commissie bezocht, waren
deze dieren voortreffelijk. Zij zijn merkwaardig om hunne snelheid,
hunne onvermoeibaarheid, hun verstand en hunne gedweeheid.
Overal schenen zij door dames zonder gevaar te kunnen geleid
worden, en hunne vastheid van voet is uiterst groot. De volbloed-
paarden, de Hakkeneien, de Hunters en de Poneys zijn van goed ras
en worden behoorlijk verzorgd.
RUNDVEE
De meest verspreide rassen in West-Canada zijn : de Shorthorns
en de Herefords. Er zijn ook eenige kudden Polled, Aberdeen, Angus
31 en Galleways. De Jerseys, de Holsteins, de Ayrshires worden al meer
en meer ingevoerd in de districten waar men zich op de zuivelbe-
reiding toelegt. Het verslag van de Commissie der Schotsche landbouwers bevat de volgende verklaringen, welke van aard zijn om de
belangstelling der toekomstige kolonisten te wekken.
De aan het rundvee te geven zorgen en voedsel staan in verhou-
ding met de eischen van het klimaat. Daar dit zeer met het onze
verschilt zoo verschillen het voedsel, de methoden ook met de onze.
De vochtigheid en de warmte in de lente en in het begin van den
zomer doen het gras overvloedig opschieten, wat een uitgelezen
voedsel verschaft, en bevorderen den groei der voederplanten. Het
daarop volgende droge seizoen verandert deze voederplanten in
uitmuntend hooi. De kunstmatige hooisoorten zooals de timothe en
de dolik gedijen goed en sedert eenige jaren heeft de cultuur van
alfalfa (luzerne) veel uitbreiding genomen. Deze laatste schijnt
bestemd om een der voornaamste factoren te worden voor de ontwik-
keling der intensieve gemengde boerderij in West-Canada, vooral in
de districten waar de besproeiing toegepast wordt. Op de plaatsen
waar er voeder in overvloed is, zullen de runderen en de paarden
uiterst wel varen alleen met behulp van het wilde gras der prairie,
waar ten gevolge van de immer toenemende kolonisatie, zal de
behoefte aan luzerne zich levendig doen gevoelen. Het is ten over-
vloede bewezen dat de luzerne wonderwel gedijt en alzoo de toekomst
der melkerij en der fokkerij in West-Canada waarborgt. De rapen, de
beeten, enz., gelukken er insgelijks zeer goed en dragen het hunne bij
om het land van voeder te voorzien.
De provinciale Gouvernementen   moedigen   het verbeteren der
rassen aan door het geven van toelagen aan de landbouwcommissies
en aan de plaatselijke tentoonstellingen. Het vee kan zeer gemakkelijk
verkocht worden. Behalve hetgene verkocht wordt om in de plaatselijke behoeften te voorzien, wordt het levend vee gekocht door
agenten van groote exportfirmas. Te Winnipeg heeft men de grootste
veernarkten van West-Canada. Groote veeparken bestaan er, en al
wat te koop gesteld is, wordt doorgaans verkocht.
In de laatste jaren heeft de veehandel toegenomen met de kust-
steden van den Stillen Oceaan. Deze steden ontvangen hunnen voor-
raad vleesch voornamelijk uit Calgary en bieden den landbouwer uit
West-Canada eene dichtbij gelegen markt aan, welker belang jaar-
lijks toeneemt.
Buiten de verschillende vereenigingen van fokkers in Alberta en
Saskatchewan, waarvan al de personen in de fokkerij belangstellende
personen deel uitmaken, heeft elke provincie eene vereeniging van vee-
fokkers van zuiver ras. Deze groepeeringen ontvangen belangrijke
: toelagen van het landbouwdepartement der provincien en van het
Federaal Gouvernement en,  ofschoon ze in gemeenschap werken,
hebben zij afzonderlijke afdeelingen samengesteld, ieder van haren
kant, uit paarden-, vee-, schapen- en varkensfokkers.
In elke provincie richten deze vereenigingen, omtrent het einde van
i den winter of in het begin der lente, eene jaarlijksche tentoonstelling
in. Men ziet er fokdieren en runderen tot het vetmesten bestemd. De
openbare verkoopen van stieren, enz., welke gedurende deze tentoonstellingen onder de leiding der Vereenigingen plaats hebben, worden
goed bezocht en bewijzen de fokkers goede diensten.
De veefokkers geven bewijzen van ondernemingsgeest door  het
"I
:V:v":':-■■.'■ -:-M-s'i7:)7-X
-.a'■■;■■ 77  '..-.. .' -:' .■'-/■:;:■;,;■: 77-:(p.
m. :   ■ 7c .'.■--'    ■ X - ......      ■    ■   ',  <    y
■ ■■■■ ■ •:■■ ■■■-■■ ■<•.'■                         ;:»<
........                                                                          . .   .;                                            .,.      ;                 ,.       .            .                            .
" a r<
32
Hornvee van Wp3t-Quifw|ft
33 Rosalind  of  Old Basing ,,   Kampioen  der  melkkoeien  in  Alberta
invoeren van beste stieren en uitgelezen koeien om ze aan het hoofd
hunner kudde te pldatsen. In West-Canada treft men een groot getal
kudden van rasdieren aan. Twee der voornaamste veestapels van uitgelezen Shorthorns, de eene nabij?East Selkirk, de andere nabij
Calgary, zijn algemeen gekend door hen, die in de Shorthorns belang
stellen.
MELKERIJ
« De melkerij, zegt het verslag van de Commissie der Schotsche
Landbouwers, is in Canada haren bevoorrechten toestand verschul-
digd aan het feit dat zij algemeen is. In al de districten van het land
gedijen de koeien en vergelden ruimschoots de zorgen die men er
aan besteedt; in al de provincien zijn er kaas- en roomfabrieken. En
dat is gelukkig voor Canada, want de intensieve graancultuur, zooals
zij wordt toegepast, is te zeer uitputtend en te overheerschend om
altijd te kunnen plaats hebben zelfs op de vruchtbaarste gronden. De
melkindustrie volgt het best en het doelmatigst op den graanbouw.
Reeds begint in de graanstreken eene strekking in dien zin te ont-
staan ; eindelijk"zal zij de overhand hebben, en Canada zal het voornaamste land der wereld worden voor de melkerij. »
Evenals in Europa zal de melkboer, die zijne melk in de stad in
ft klein verkoopt, de meeste winst hebben. Weinige hinderpalen worden aan zijnen handel gesteld ; hij heeft zijne koeien goedkoop, hun
34
voedsel komt hem niet duur en zijne producten worden een hooge-
ren prijs betaald. Met zijnen gebuur, den graankweeker, die zijne producten aan de nijverheid verkoopt, is het zoo niet gesteld. De melkboer moet zorgen dat hij het gansch jaar door melk kan leveren en
moet bijgevolg een ruimen voorraad voeder voor den winter opdoen.
Daartoe is het hooi het voornaamste hulpmiddel. Van de eene plaats
tot de andere kan de wijze van voeden in zekere bijzonderheden ver-
schillen, maar overal in Canada wordt het hooi aanzien als zijnde
onontbeerlijk om de koeien in den winter te voeden. Sommige landbouwers geven een weinig ander voedsel, maar de wijze melkboer,
vooral hij die in 't klein verkoopt, kent de waarde van een over-
vloedig voedsel gedurende gansch het jaar. Een melkboer in de
omstreken van Calgary heeft verklaard dat hij aan zijne koeien de
volgende rantsoenen geeft : twee bussels haverstroo, hooi naar belie-
ven, 27 liters brouwerijdraf, en, als de melk verminderde, voegde hij
er zemelen en grof gemalen haver bij. In den zomer beschikte iedere
koei over eene weide van 80 acres en 27 liters draf. Hij betaalde
fr. 6.25 tot fr. 7.50 per ton voor zijnen draf, maar moest hem 8 kilometer verre gaan halen ; zijn hooi kwam hem op 13 frank per ton
indien hij het zelf ging halen waar men het afmaaide, en op 26 frank
indien hij er levering van nam nadat het in mijten was gezet. Wij
zullen er bij voegen dat dit hooi, kort en ineengekrompen, maar als
voeder uitmuntend was, en door het vee zeer gewild werd. In de
nieuwe districten kan men het hooi bekomen tegen den prijs van het
maaien, en in bijna onbepaalde hoeveelheid. De melk der hoeve,
35 Varkens  van   West-Canada
waar van wij gesproken hebben, werd te Calgary verkocht tegen
fr. 0.32 den liter ; er waren daar 78 koeien en bijna gansch het werk
werd door leden der familie verricht De eigenaar, een Deen, die,
gelijk al zijne landgenooten, werkzaam en bekwaam was, had wezen-
lijk den kortsten weg gevonden om tot den voorspoed te geraken.
Om een voorbeeld van de canadeesche handelwijze te geven zullen
wij de voornaamste punten aanhalen uit de stadsreglementen, die den
verkoop van melk te Calgary regelen :
1° De melkverkoopers te Calgary moeten vergunning hebben
en een patent van 2 dollars (10 frank) per jaar betalen. In geval deze
kooplieden niet in het land zouden verblijven, zullen zij 8 dollars
(40 frank) te betalen hebben ;
2° Geene vergunning wordt afgegeven zonder dat de inrichting van
den melkboer bezocht en goedgekeurd is geworden door den genees-
kundigen of gezondheidsdienst;
3° De overheden hebben het recht te alien tijde de vergunning in
te trekken ;
4° De melk minder dan 3 % vette lichamen of minder dan
11 1/2 % vetachtige stoffen bevattende, mag niet verkocht worden ;
5° De room minder dan 19 % vetachtige stoffen bevattende mag
niet verkocht worden ;
6° Alle eerste inbreuk op n° 4 of 5 kan het intrekken van de vergunning voor gevolg hebben, en bij eene tweede inbreuk, wordt de
vergunning ingetrokken ;
36
7° Alle ingetrokken vergunning kan slechts hernieuwd worden
nadat ten minste zes maanden verloopen zijn.
Samenwerkende zuivelfabrieken (melkerijen) zijn overal in de
westelijke provincien, met de ondersteuning der provinciale gouvernementen, ingericht. Deze samenwerkende melkerijen stellen de landbouwers der landelijke. een weinig van de steden verwijderde districten, in staat, met gelijke kans, concurrentie te doen aan de melk-
boeren van de voorsteden der steden. De Engelsche kolonisten, die
het best geslaagd zijn, zijn degene die zich met de melkerij hebben
beziggehouden. Dit is het geval met M. Philipps, een melkboer uit
Northampton (Engeland), die bestuurder was van eene succursale
eener groote melkerij te Londen. M. Philipps heeft eene gansch ingerichte hoeve genomen in de omstreken van Brooks, provincie Alberta.
Hij is begonnen met eene kudde van veertien melkkoeien, en het eerste
jaar reeds heeft hij niet kunnen voldoen aan de vragen naar melk in
het dorp Brooks.
VARKENS
De qualiteit der varkens in gansch Canada is zeer merkwaardig.
De varkensfokkers en degenen die zich bepalen bij het mesten, ver-
klaren dat men in dit vak aanzienlijke winsten kan maken. Dit is de
meening van de Commissie der Schotsche landbouwers, in wien
verslag wij het volgende vinden :
37 Schapen van  West-Canada
« De drie voornaamste rassen zijn de groote Yorkshire, de Berk-
shires en de Tamworth. De Yorkshires worden het meest geprezen en
zijn ook het meest verspreid, ofschoon de Tamworth vele voor-
standers hebben. De vijf volgende rassen worden insgelijks, maar
minder aangekweekt : de Poland China, de Essex, de Hamphire (een
ras afkomstig uit de Vereenigde Staten), de Durocs en de Chester.
De twee laatste rassen en de Poland China zijn eigen aan het Noord-
Amerikaansch vasteland. De Durocs zim rosharige, zeer zware varkens. Het is een krachtig model der groote rassen, wel gebouwd,
met beenderen van middelbare grootte. De ooren vallen over de
oogen. Het dier is gedwee en gemakkelijk aan te kweeken. De
Chester is wit en heeft eene dunne huid. Zijne snuit is betrekkelijk
lang en zijne ooren zijn hangend. Hij is gekend om de fijnheid van
zijn vleesch. De Poland is herkomstiguit den Staat Ohio (Vereenigde
Staten). Hij is zwart en is eene kruising van verschillende rassen; hij
heeft vooral veel weg van den Berkshire en den grooten China. Deze
drie inlandsche soorten zijn beter geschikt tot het voortbrengen van
vleesch, dan tot het voortbrengen van spek. Er bestaan vele kruisingen
van deze soorten. De meest gekende kruising is nochtans die van den
Yorkshire met den Berkshire of den Tamworth. Men zegt dat deze
laatste de dieren van zuiver ras overtreffen in hoedanigheid, gestalte
en kloekheid.
38
SCHAPEN
De commissie der Schotsche Landbouwers heeft hare verwondering
uitgedrukt over het feit dat de landbouwers in Canada zich betrekkelijk weinig bezighouden met het aankweeken van schapen
Het schijnt dat in een groot deel van het land de voortplanting der
schapen zou gelukken, indien men behoorlijke afsluitingen plaatste,
en men voor den winter een voorraad sappig voedsel maakte. De
inlichtigen welke ons door schapenfokkers gegeven worden, beves-
tigen zulks. « De schapen aarden goed en veroorzaken weinig last,
heeft men ons te alien kante gezegd, en sommige personen waren
wezenlijk vol geestdrift en namen het hunne geburen en de landbouwers in 't algemeen kwalijk omdat ze geen belang stelden in een zoo
gemakkelijk en winstgevend vak, dat zij bij den landbouw zouden
kunnen voegen. In gansch het Westen is er veel vraag naar rammen
van goed ras. Vele der eerste kudden bestonden uit Cotswolds of
Kents. Dikwijls werden deze gekruist met Bouthdowns, Shropshires
of Leicesters. In Canada geeft men de voorkeur aan de Shropshires, vooral in de plaatsen waar het overvloedig sneeuwt. De soorten met korte wol zijn het best bestand tegen de koude ; die met
vlottende wol kunnen onder het gewicht van de sneeuw bezwijken
gedurende hevige en langdurende sneeuwstormen. In het Westen
hebben de kudden veel van de Merinos en de Rambouillet, vooral
onder het opzicht van wol. Tegenwoordig wordt het schaap vooral
onder dat opzicht geschat, en daarom houdt men het meest schapen
39 die eene goede hoeveelheid scheerwol opleveren. De schapensoort
Down wordt daarom beschouwd als thans het best geschikt voor
Alberta.
VOGELTEELT
Tot nu toe, heeft de vogelteelt, als nijverheid, weinig uitbreiding
genomen in West*Canada, ofschoon men meer en meer onderzoekt
wat er op dit gebied zou kunnen gedaan worden. Bij den aanvang
der kolonisatie van het land, moesten de landbouwers zich uitslui-
tend bezighouden met de graanteelt et de vermenigvuldiging van hun
vee, zoodat hun de noodige tijd niet overbleef om zich op de vogelteelt toe te leggen. En ofschoon deze verwaarloozing nu hersteld
wordt, staat het aanbod op verre na niet gelijk met de vraag, en het
invoeren van eieren en gevogelte geschiedt op groote schaal. Het is te
voorzien dat het tegenovergestelde zal plaats grijpen wanneer het land
dichter zal bevolkt zijn. Alhoewel er soms des winters eene zeer
hevige koude heerscht, zal het klimaat niet de minste belemmering
aan deze nijverheid toebrengen Overal waar de landbouwers zich
met verstand op de vogelteelt hebben toegelegd, kan men voorbeel-
den van eene gewenschte uitkomst vinden. Zelfs in de dorpen en in
de steden houdt men hoenders van goed ras en zulks meer met doel
van winst te behalen dan on zich eene uitspanning te verschaffen. De
kalkoenen gedijen goed en de vraag naar deze dieren overtreft het
aanbod. Men mag niet vergeten dat Britsch Columbie veel gevogelte
verbruikt en het in zijn belang is zich in de provincie Alberta daarvan
te voorzien. Deze toestanden de snelle uitbreiding der steden, verze-
keren eene levendige markt aan de eieren en het gevogelte, dat men
zou opkweeken.
Over de vogelteelt, zegt het verslag van de Commissie der
Schotsche Landbouwers het volgende : « De Canadeesche landbouwer is geneigd gewone hoenders aan te kweeken, in stede van zich
op de specialiteiten toe te leggen. De Plymouth Rocks, de Wyan-
dottes, de Orpingtons zijn de meest gewilde soorten ; nochtans geeft
men de voorkeur aan de Plymouth Rocks. Deze verscheidenheid is
zonder tegenspraak de model-verscheidenheid van het land, en
zonder twijfel bereikt zij allerbest het dubbel doel van eiren te geven
en de tafel te voorzien. De tentoonstellingen van gevogelte, verre
van verzuimd te worden, genieten veel bijval in Canada. De liefheb-
bers zijn er talrijk, en, zoowel als de liefhebbers in Europa, verlan-
gen zij de rassen te verbeteren. Zij bewijzen groote diensten door de
belangstelling van het publiek op te wekken en het in de zaak te
onderrichten. Zij deelen ook eieren en raskiekens uit, wat bijdraagt
tot het verbeteren der hoenderhokken van andere aankweekers. Uit
gesprekken met verschillende liefhebbers, hebben wij vernomen dat
de vraag naar eieren van waarde en naar kiekens van goed ras, nog
zeer toeneemt, een bewijs van het steeds aangroeiende belang dat in
de vogelteelt gesteld wordt. Bijna al de landbouwcommissien moedi-
40
gen, door het geven van belangrijke prijzen, de tentoonstellingen van
gevogelte aan. Er zijn bijna altijd twee klassen : de eene voor de
kiekens bestemd tot voedsel, de andere voor de leghennen. »
De toekomstige kolonisten, die in Belgie ondervinding van de
vogelteelt hebben opgedaan, zullen wel doen eenige goede leghennen
van zuiver ras mede te brengen. Deze kunnen verzonden worden
door de Dominion Express C° en reizen met hetzelfde stoomschip en
denzelfden trein als de kolonist.
Het aankweeken van kalkoenen wordt eene belangrijke nijverheid. Duizenden dezer vogels worden jaarlijks opgekweekt en vetge-
mest voor de markten in de steden langs de kusten van den Stillen
Oceaan, en deze nijverheid alleen brengt jaarlijks duizenden dollars in
het land. Daar waar uitgestrekte stoppelvelde voor het voederen
kunnen benuttigd worden, zijn de kosten van het vetmesten der kalkoenen gering. Indien men in de gelegenheid is zich gevogelte van
goed ras te verschaffen, plaatst men zijn geld zeer voordeelig door
het aankoopen van een zestal exemplaren van het gewenschte ras.
In alle geval, zou men, om ze het eerste jaar te laten uitbroelen, ten
minste twee broe'isels eieren moeten aankoopen, voortkomende van
goede exemplaren van het ras dat men verlangt aan te kweeken. Het
aankweeken van hoenders van zuiver ras is zeer voordeelig in West-
Canada ; het kost niet duurder zijne zorgen te besteden aan ras-
hoenders dan aan gewoone hoenders, en de uitslagen zijn ten minste
dubbel winstgevend. Jonge hanen van alle gekende verscheidenheden
worden verkocht tegen fr. 7.50 tot fr. 12 50 het stuk ; de jonge kiekens van 5 tot 10 frank. Gedurende de maanden Maart, April, Mei,
Juni wordt eene reeks uit te broeien eieren van goede herkomst 5 tot
10 frank verkocht. De rashennen leggen beter dan de gewone hennen
en vereischen zooveel zorg en ook zooveel voeder niet. Op eene
hoeve is de neerhof doorgaans aan de zorgen der huisvrouw toever-
trouwd, die het eerste jaar ten minste twintig rashoenders zou
moeten aankweeken ; het volgende jaar zal zij dan eieren kunnen
verkoopen die tot het uitbroeien bestemd zijn ; met een weinig geluk
zal zij reeds van af het derde jaar in haar district den naam verkregen
hebben dat zij uitgelezen hoenders kweekt en dat zal niet weinig
bijdragen om het welzijn der familie te vergrooten.
Het is niet aan te raden zich te zeer op de vogelteelt toe te leggen
vooraleer de eerste oogst binnen zij, want tot dan toe moet het
voeder voor de hoenders gekocht worden; doch een twintigtal
hoenders zullen met de afval van de keuken bijna genoeg hebben, en
na het eerste seizoen zal men, zonder iets te moeten uitgeven, voeder
in overvloed hebben.
PRIJZEN per STUK in WEST-CANADA
De onderstaande, met zorg opgestelde tafels, duiden de prijzen aan
der artikelen die voor den kolonist van belang zijn. Deze prijzen veran-
41 deren natuurlijk volgens de plaatsen, maar deze tafel zal eene algemeene en juiste gedachte geven van den prijs der opgegeven voor-
werpen :
Landbouwmachines
Frnak
Gewone ploeg   140.—
Ploeg met dubbel ploeg-
ijzer(elk^0 cm.)  325.—
Schijfegge (16 schijven
elke schijf 45 cm. diameter)  250.—
Gewone tandegge (3 sec-
ties)     85 -
Zaaimachine (3 m.)  500.—
Maaimachine  250. —
Meckanische hark of rijf
(3 meters)   175 —
Maai-    en    bindmachine
(-2 m. 60) • ■ 900.-
Wagen (camion) 3 ton.. .. 500.—
Paardentuig en zadelwerk
Tuig voor werkpaarden
(middensoort, goede
kwaliteit)  225.—
Gareelen, per stuk     17.50
Licht paardentuig voor
rijtuig, van af...-....   ..    75.—
Halsters  4.25 a 10.—
Zadels, van cf     22.50
Meubelen
Houten stoelen, van af... 2.50
Lederen stoelen  7.50
Gewone keukentaf els 17.50 a 25.—
Tafels voor eetkamer van
af  32.50
Buffet, van af  67.—
Schrijftafels, van af  42.25
Lavabos, van af  17.50
Keukenbuffet, van af  62.50
IJzeren bedden, van af... 17.50
Springveeren    onderbed,
van af  12.50
Matrassen, van af  12.50
Oorkussens  3.—
Veldbed (lijnwand)  10.—
Bedje  30.—
Stores  2 —
Frank
Stof voor beddegoed, per
yard       1.50
Beddelakens      7.50
Grijze dekens (het paar),
van af  10.—
Tapijten per yard, van af. 1.75
Lavabo-garnituur       8.75
Stoffen en gemaakte kleederen
Kostumen vooor mannen,
van af...     50.—
Gewone bottine voor mannen, van af     12.50
Gekleede   bottinen   voor
mannen, van af     17 50
Schoeisels voor damen, zelfde
prijzen. In het algemeen zijn de
prijzen der gemaakte kleederen
en der stoffen hooger dan in
Belgie.
Vleesch
Biefstuk de kilo
Tusschen-rib-
bestuk  »
Rosbief  »
Geconserveerd
ossenvleesch »
Schapenvleesch »
Varkensvleesch »
Hesp  »
Worsten  »
Kiekens.... »
Reuzel  »
Zalm  »
Kalkoenen  »
1.50 a 2.—
2— a 2.50
1.—a 1.50
1.—a 1.50
1.25 a 1.80
1.50 a 2.00
2.20 a 2.60
1.25 a 1.50
1.50 a 2.50
1.50 a 2.00
1.25 a 2.—
2.50 a 3.50
Specerijen
Aardappelen per kilo 0.08 tot 0.13
Boter         »     2.50 tot 4.00
Eieren per dozijn... 1.25 tot 3.00
Gekristalliseerde suiker per
kilo      0.55
Havergort      0.30
Specerijen
Frank
Meel per 100 kilos 30.— tot 35 —
Tomaten,    kleine
erwten, de doos    0.60 tot 0.75
Uitgedampte appelen, ge-
droogde    perziken    en
peren.  per kilo       1.25
Appelsienen, p. doz. 1.50 tot 2.50
Citroenen, per doz. 1.25 tot 2.00
Appelen, per kilo van af...    0.40
Zout. per vat   16.25
Beschuiten, per kilo     1.—
Frank
The, koffie, per kilo, van af 2.50
Rijst, per kilo  0.50
Boonen, per kilo  050
Ajuinen, per kilo  0.30
Confituren (2 kil. 1/2)  3.75
Siroop, per gallon (4 1.1/2) 3.75
Kaas, per kilo.  1.80
Azijn, per gallon  3.00
Petroleum, per liter  0.45
Stijfsel, per kilo...  1.00
Gecondenseerde melk, twee
doozen  1.25
42
VEE
De prijzen wisselen natuurlijk af volgens de kwaliteit en het tijdstip
van het jaar. De prijzen der paarden en van het vee hebben eene
neiging tot stijgen, aangezien het groot getal nieuwe kolonisten die
overkomen en paarden koopen. Maar dit is eindelijk in het voordeel
van den landbouwer, want indien hij vee fokt, is hij van een zeer
belangrijke winst verzekerd.
Paarden. — De goede landbouwerspaarden (Clydesdales, Shires
of Percherons) kosten in Alberta 1,750 tot 2,500 frank het koppel.
Melkkoeien. - Uitgelezen melkkoeien (Shorthorn, Holstein,
Jersey of Ayrshires) kosten 300 tot 500 frank. Elke lente wordt er te
Calgary eene veemarkt gehouden, waar men uitgelezen koeien kan
koopen. Tegen die prijzen kan men beesten koopen welke van een
stamboek voorzien zijn.
Varkens. — Van af 50 frank ; eene goede zeug kost 125 tot
150 frank.
Schapen. — Van 25 tot fr. 32.50.
Kiekens. — Van fr. 3.75 tot 6-25 het stuk. Het is den kolonist aan
te raden raskiekens mede te brengen, welke hij per Dominion Express
kan verzenden.
DE VROUW VAN DEN KOLONIST
IN  WEST-CANADA
De volgende raadgevingen aan de vrouw van den kolonist zijn van
een groot belang :
Het lijnwaad, de dekens, de wolle voorwerpen in 't algemeen, de
blousen en de handschoenen zijn doorgaans in de Canada duurder
dan in Europa, zoodat de vrouw van den toekomstigen kolonist goed
doet zich van die voorwerpen te voorzien. Het messenwerk is ook
duurder.
43 De canadeesche kachels zijn veel gemakkelijker voor het gebruik,
dan de lastige kachels die men meestal in Europa aantreft. Een
keukenkachel, welke ten minste vijf jaar goeden dienst zal doen, kost
100 frank, en men kan er brood in bakken. Allerlei zeer practische
artikelen voor de huishouding zijn te koop in al de ijzerwinkels der
steden, en indien de huishoudster, van het begin af, eene behoorlijke
hoeveelheid dezer voorwerpen voor de huishouding bezit, zal zij geld
en tevens ook werk uitsparen. Daar al het werk binnenshuis op haar
zal berusten, moet zij ten minste de volgende gereedschappen hebben :
ketel (inhoud 12 liters). 1
waterketel. 1
kastrollen (inhoud 1 liter).
Alles goed geemailleerd
kastrol (inhoud 1/2 liter)
kastrol (inhoud 1/4 liter).
stalen braadpannen.
groote braadpan.
broodplaatjes.
taartplaatjes.
bekken om het brood te maken
(inhoud 12 tot 14 liters), in blik
of geemailleerd.
kleinere aardenpot.
groote geemailleerde lepel.
schuimspan.
teems.
eierklopper.
meelzeef.
hakbord om vleesch te hakken.
geemailleerde pot (inhoud 3 liters)
passen insgelijks bij het noodige keukengerief, alzook afzonderlijke
potten voor de melk en twee melkemmers.
De huishoudster behoeft ook nog eene waschtobbe van gegalvani-
seerd ijzer, licht en sterk, en eene tobbe om den wasch met de hand
te doen. Het ware ook goed dat zij van 't begin af en altijd een
wringmachine had voor het lijnwaad. Deze toestellen kosten omtrent
25 frank en sparen iederen waschdag een groote hoeveelheid werk
en kwade luim uit. De gedachte dat zijne vrouw de waschster en
de bleekster der familie zal worden, is doorgaans niet verheugend
voor den kolonist uit Europa, en daarom zijn henrde gereedschappen
welkom, welke deze onmisbare taak vergemakkelijken. Daarenboven
eene gezonde vrouw zal er niet slecht bij varen, indien zij den wasch
doet eener familie van twee of zes personen, en soms meer ; zij zal
meer genoegen vinden in het bezit van koorden vol zorgvuldig
gewasschen linnen, dan in het bezit van schoone salon-gordijnen. Op
den buiten zal zij zich gemakkelijk op de hoogte stellen door letterlijk
de aanduidingen te volgen die gedrukt staan op al de doozen droge
gist waarmede het brood gemaakt wordt en welke overal verkrijgbaar
zijn. Indien de nieuwe aangekomene moeite heeft om een goed baksel
te bekomen, moet zij maar dadelijk raad van eene buurvrouw vragen,
en deze zal haar wel den weg wijzen om eene uitstekende bakkerin
te worden.
De moeder zal ook de naaister van het huisgezin zijn, en indien zij
in Europa een goed naaimachien bezit, zal zij goed doen het mede te
nemen naar haar nieuw verblijf. In de steden en in de dorpen zal
zij de nieuwste modebladen vinden met gemakkelijk te gebruiken
patronen en modellen om zelf kleedingstukken te vervaardigen. Zelfs
44
in de kleinste dorpen vindt met goeden smaak gemaakte en voor het
land passende kleederen.
Men zou in dwaling verkeeren indien men meende dat de Canadeesche kolonist geen belang aan zijnen opschik hecht. Wel is waar
beoordeelt men de lieden niet naar de snede van hunne kleeding,
IP' *
maar toch is de kolonist in West-Canada misschien beter gekleed dan
de lieden van zijn vak in welk land ook. Zulks wil niet zeggen dat het
noodig is veel geld uit te geven aan kleedij, maar het bewijst dat zelfs
in de meest verwijderde distrikten de goede verzorging en de reinheid
als hoofdhoedanigheden worden beschouwd.
De steenkool treft men overvloedig aan in verschillende districten
van het Zuiden en het Centrum dezer provincien. In 't algemeen is de
steenkool mager en zeer dikwijls bezit zij pekachtige of harsachtige
eigenschappen, welke haar zeer brandbaar maken. Talrijke mijnen
zijn in ontginning en zijn aan reglementen onderworpen. Op vele
plaatsen voorzien de kolonisten zich van steenkolen aan liggingen
welke men dikwijls aan de oppervlakte van den bodem aantreft langs
rivieren of beken. In vele distrikten kan men klein hout afhakken dat
uitstekend is voor de verwarming. Bevindt zich dit hout op bijzondere
45 eigendommen, dan kan men het doorgaans aan een redelijken prijs
koopen. De prijs der steenkool gaat van 15 tot 50 frank de ton.
De provincie Alberta vooral is rijk aan natuurlijk gas. Calgary,
Lethbriaye, Medecine-Hat en vele andere min belangrijke steden,
hebben nu te hunner beschikking natuurlijk gas, dat de voornaamste
brandstof dezer districten is geworden. Er zijn zelfs landbouwers die
op hunne eigene hoeve, in genoegzame hoeveelheden natuurlijk gas
hebben gevonden ter verwarming en ter verlichting. In het algemeen
nochtans wordt het gas niet tot aan de hoeve geleid, alhoewel belangrijke kanalisaties zijn aangelegd geworden, en de districten, waar het
gas bruikbaar is, steeds in uitbreiding toenemen. De prijzen van het
natuurlijk gas voor huiselijk gebruik verschillen van fr. 0.60 tot 1.85
per duizend kubiek voet.
DRINKWATER
Overvloedig en goed drinkwater vindt men gemakkelijk door in den
grond te graven of te boren. Vele strekers zijn er talrijke bronnen en
van alle kanten wordt vernomen dat in vele gevallen men in over-
vloed artesisch water ontmoet bij het graven of boren der putten.
XW West-Canada heeft den naam uitmuntend drinkwater te bezitten.
W
1
3/'
i
£•?..-
jtj*-
J\f.
d6.
i
._ .*&.
#
-?f?.
7'X-
■ -2!&A -
2\S       ,
1
 /&.-...
i
.     :A\t.   __
i
. £;*.. ..
... /«..._
1
..../j* ._
 _/W_...
 1	
...'Af. ....
j
...7*
1
. jot....
i
•
1
**$?*
i
....*»—
—4-	
•
&
..Jf....,
i
--, • -
j
l
_. ^	
 «! :
\
i
...%	
 8     , ,.
i
•
.. i\	
i
U
46
LANDVERDEELING
De provincien Manitoba, Saskatchewan en Alberta zijn verdeeld
in kantons (townships) hebbende eene zijde van omtremt zes mijlen
(9.6 kilom.). Elk kanton is onderveerdeeld in 36 afdeelingen, ieder
van een vierkante mijl, inhoudende 640 acres (256 hectaren). De afdeelingen of secties worden op hunne beurt onderveerdeeld in vierden
van eene sectie of kwart-secties van 160 acres (64 hectaren) ieder.
Een gouvernementsweg van 66 voet (omtremt 20 meters) leidt naar
ieder kwart-sectie ; in sommige gevallen heeft deze weg ene breedte
van 30 meters. De hoeken van iedere afdeeling zijn door palen aange-
duid en zoo is het gemakkelijk om de ligging van om het even welken
grond te bepalen
Wij geven hierbij het plan van een kanton in West-Canada. In
ieder kanton zijn de secties n° 11 en 29 door het gouvernement
voorbehouden voor de scholen, en de secties n° 8 en 26 behooren
aan de Hudson Bay Company..
INVOERRECHTEN
De kolonist mag de volgende voorwerpen medenemen, die
beschouwd worden als behoorende tot de uitrusting van den kolonist, krachtens artikel 705 der Douane-Reglementen van Canada.
Kleedingstukken, boeken, eene behoorlijke hoeveelheid meubelen,
keukengerief en andere voorwerpen tot het huisraad behoorende ;
de beroepswerkstuigen en gereedschappen ; de geweren, muziek-
instrumenten, naaimachines, schrijfmachines, karren, camions en
ander voertuig; de landbouwwerktuigen en de dieren voor de boer-
derij bestemd, met uitzondering van de dieren die tot den verkoop
zouden bestemd zijn, en ook van de voertuigen met mecanische
trekkracht en de machines tot de nijverheid bestemd. Al de hierboven
vermelde artikelen zijn vrij van inkomrechten op voorwaarde dat zij
het eigendom waren van den kolonist ten minste zes maanden voor
zijn vertrek naar Canada. Overeenkomstig de besluiten van den
Minister der Douanen moeten al de artikelen, als vrije bagage van de
kolonisten ingevoerd, door de kolonisten medegebracht zijn bij
hunne eerste aankomst in Canada, en zullen niet mogen verkocht
worden dan na ten minste een jaar gebruikt te zijn geweest, ten zij
men de invoerrechten betale. De dorschmachines, de locomobielen
en de automobielen betalen inkomende rechten.
Om de verspreiding van ziekten te beletten welke in sommige
landen onder het vee heerschen, leggen de Canadeesche overheden
het vee, dat zou ingevoerd worden, eene strenge quarantaine op. Uit
hoofde van de vervoerkosten, de door de quarantaine veroorzaakte
kosten en vertragingen, is er doorgaans voor den uit Europa komende
kolonist geen voordeel bij dieren mede te brengen. Indien men er
47 nochtans wenschte mede te brengen, zou men goed doen vooraf-
gaandelijk aan den Minister van Landbouw, te Ottawa (Canada) te
schrijven, om vooraleer men zich inschepe, de noodige schikkingen
te kunnen nemen.
DE UITRUSTING
van den KOLONIST en de  DOUANE
Wi] raden de families aan, die de kolonisten vergezellen, hun
mobilair en keukengerief in kisten te verzenden ten minste zes of acht
weken voor hun vertrek. Zoo zij zich tot de bureelen der Maatschappij richten, zullen zij formulieren bekomen, welke hun de voor
de uitrusting van kolonisten te vervullen formaliteiten zullen verge-
makkelijken. Indien deze verklaring goed in regel en voor een engel-
schen consul, een notaris of den burgemeester der gemeente bevestigd
is, kan zij met het Connossement naar ons bureel, te Calgary, ver-
zonden worden, hetwelk zich belast met het vervullen der douane-
formaliteiten en de goederen ter beschikking der kolonisten zal hou
den bij hunne aankomst. Het is wel verstaan dat geene goederen,
|aan   rechten   onderworpen,  mogen verzonden worden   onder de
! benaming : uitrusting van den kolonist (Settlers-effects).
|    Opdat de uitrusting van den kolonist vrij van douanerechten weze,
! moet zij ten minste zes maanden voor zijn vertrek in het bezit van
den kolonist geweest zijn.
PLANNEN van HUIZEN en STALLINGEN
Hierbij geven wij eenige modellen van huizen en stallingen, welke
de Maatschappij bereid is te bouwen voor de « Gansch ingerichte
Hoeven » en volgens, de combinatie van « Leeningen aan de Landbouwers ». De Maatschappij heeft een zeker aantal plannen van
huizen en stallingen opgemaakt tusschen welke de kolonist zijne
keuze kan doen. Deze plannen spruiten voort uit eene langdurige
ondervinding van den toestand in West-Canada, en men mag over-
tuigd zijn dat zij, in de beste voorwaarden en tegen matige prijzen,
ten voile beantwoorden aan al de behoeften van den kolonist.
48
49 TYPEN DER HUIZEN WELKE DOOR DE MAATSCHAPPIJ VOOR DE KOLONISTEN
GEBOUWD WORDEN, EN BENADERENDE PRIJZEN
Modelhuis Nr 5.    Prijs :'$ 1,076.25   (omtrent 5,650.30 frank)
To it en bacraleauix
-  ■ -
■" ■ i-
m
ui
i
r
7
- ■- ~ —
nu
~j|- '—
■ rE.-~7H=
-^=r-^=
FACADE  GEY EL
FACADE LKTIMLI -ZYGEVEL
P/a/icAej.
#/ r-eceCement
SECTION TRANSVERSALE
. DWARSE 5EKTIE
cocve \ Ae7c7er
I:PL-A«:
50
51 TYPEN DER HUlZEN WELKE DOOR DE MAATSCHAPPIJ VOOR DE KOLONISTEN
OEBOUWD WORDEN,  EN BENADERENDE PRIJZEN
Modelhuis Nr 6.    Prijs : $ 1,102-50    (omtrent 5,788.10 frank) TYPEN DER STALLINGEN WELKE DOOR DE MAATSCHAPPIJ
VOOR KOLONISTEN GEBOUWD WORDEN
Modelstalling Nr 1
Prijs : $ 630.00   (omtrent 3,307.50 frank)
7°/ctncft9 simple
£nAete pia/tA
FLAN
So/ton ten Cintent
Steuning cji Ccnient
v^n^v
f
<*>
*—1	
cj
-
i
~'2>0 *
Mil
1
FACADE LATERALS-ZYGEVEL
De afmetingen zijn gegeven op engelsche voet, omtrent 30 centimeters.
Modelstalling Nr 7
Prijs : % 1,155 00    (omtrent 6,063.75 frank)
^   -'
Wy\
ILiMi^
1J3DTTII I U i
T nxllTdq
"ifmrr
7-7
Ptmtnsjca at*/a   y$ *yff An-fe3o*72
Groot* tier oleur F/lCAPf - G£VEL
De afmetingen zijn gegeven op engelsche voet, omtrent 30 centimeters.
54
55 Zulk een huis kunt gij bezitten
Voor verdere inlichtingen wende men zich
tot de :
Canadian Pacific Railway
LAND-AFDEELING :
77,  NOORDLAAN, 77
BRUSSEL
LONDEN : 62-65, Charing-Cross.
DEN HAAG : 20, Wagenstraat
KOPENHAGEN : 19, Nyhavn.
CHRISTIANA : 1, Karl Johans Gate

Cite

Citation Scheme:

        

Citations by CSL (citeproc-js)

Usage Statistics

Share

Embed

Customize your widget with the following options, then copy and paste the code below into the HTML of your page to embed this item in your website.
                        
                            <div id="ubcOpenCollectionsWidgetDisplay">
                            <script id="ubcOpenCollectionsWidget"
                            src="{[{embed.src}]}"
                            data-item="{[{embed.item}]}"
                            data-collection="{[{embed.collection}]}"
                            data-metadata="{[{embed.showMetadata}]}"
                            data-width="{[{embed.width}]}"
                            async >
                            </script>
                            </div>
                        
                    
IIIF logo Our image viewer uses the IIIF 2.0 standard. To load this item in other compatible viewers, use this url:
http://iiif.library.ubc.ca/presentation/cdm.chungtext.1-0356824/manifest

Comment

Related Items